Dutch Legislation

Article 19

in force

The content of the health insurance · The consequences of non-payment of the premium and the administrative premium · § The excess

Health Insurance Act (Zvw) · Chapter 3 · Section 3.3.2 · § 3.4 · In force since 2026-01-01

Source
1.

Every insured person of eighteen years or older has a mandatory excess (eigen risico) of € 385 per calendar year.

2.

The amount referred to in the first paragraph shall be indexed annually in accordance with the difference in the estimated expenditure for care and other services, as referred to in Article 11, between the calendar year to which the mandatory excess will relate and comparable expenditure for the year preceding that calendar year.

3.

If the indexed amount, rounded down to € 5 or a multiple thereof, differs from the amount referred to in the first paragraph, this amount shall be amended by ministerial regulation, after which the amount specified in that regulation shall replace the amount referred to in the first paragraph.

4.

Invoices for the costs of care or other services shall only be deducted from the mandatory excess if they have been received by the health insurer before a date to be determined by order in council of the calendar year following the calendar year to which the mandatory excess relates, unless it is attributable to the insured person that the invoice was not submitted before that date.

5.

By way of derogation from the fourth paragraph, the health insurer is entitled to charge the mandatory excess if it is attributable to the insured that the invoice was not submitted before the day determined by or pursuant to an order in council.

6.

The manner in which the mandatory excess (verplicht eigen risico) is to be deducted shall be determined by Order in Council.

7.

The second and third paragraphs shall not apply for the years 2019 up to and including 2026.

1.

Iedere verzekerde van achttien jaar of ouder heeft een verplicht eigen risico van € 385 per kalenderjaar.

2.

Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig het verschil in geraamde uitgaven voor de zorg en overige diensten, bedoeld in artikel 11, tussen het kalenderjaar waarop het verplicht eigen risico betrekking zal hebben en vergelijkbare uitgaven voor het jaar voorafgaand aan dat kalenderjaar.

3.

Indien het geïndexeerde bedrag naar beneden afgerond € 5 of een veelvoud daarvan verschilt van het in het eerste lid genoemde bedrag, wordt dit bedrag bij ministeriële regeling gewijzigd, waarna het in die regeling genoemde bedrag in de plaats treedt van het in het eerste lid genoemde bedrag.

4.

Rekeningen voor kosten van zorg of overige diensten worden slechts op het verplicht eigen risico in mindering gebracht, indien deze door de zorgverzekeraar zijn ontvangen voor een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen dag van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het verplicht eigen risico betrekking heeft, tenzij het aan de verzekerde te wijten is dat de rekening niet voor die dag is ingediend.

5.

In afwijking van het vierde lid is de zorgverzekeraar gerechtigd het verplicht eigen risico in rekening te brengen indien het aan de verzekerde te wijten is dat de rekening niet voor de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde dag is ingediend.

6.

Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald op welke wijze het verplicht eigen risico in mindering wordt gebracht.

7.

Het tweede en derde lid blijven buiten toepassing voor de jaren 2019 tot en met 2026.