Article 38b
in forceTransitional and final provisions
Upon request, the employee shall inform his employer of his potential entitlement to sickness benefit pursuant to Article 29b or 29d. The first sentence shall not apply during the first two months after the commencement of his employment.
If the employer has not made the notification referred to in Article 38a, paragraph 2 or 3, within the period specified in those paragraphs because it was not clear that the employee could claim sickness benefit (ziekengeld) pursuant to Article 29a or 29b, the employer shall notify the first working day on which that employee is unfit to perform his work due to illness as soon as possible, but in any event no later than the fourth day after the time at which it could reasonably have been clear to him that the employee can claim sickness benefit pursuant to Article 29a or 29b. The Employee Insurance Agency (Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen) shall then grant the sickness benefit with retroactive effect over the elapsed period, but for a maximum of one year.
In deviation from Article 38a, paragraph 2, the employer shall, if a potential claim pursuant to Article 29d exists, report to the Employee Insurance Agency (Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen) the first working day on which the employee was unfit to perform his work due to illness, no later than on the fourth day after thirteen weeks of incapacity to perform work due to illness of the employee have elapsed.
Article 38a, paragraph 8, applies mutatis mutandis to the notification referred to in paragraphs 2 and 3.
Op verzoek informeert de werknemer zijn werkgever over zijn mogelijke aanspraak op ziekengeld op grond van artikel 29b of 29d. De eerste zin is niet van toepassing gedurende de eerste twee maanden na aanvang van zijn dienstbetrekking.
Indien de werkgever de melding, bedoeld in artikel 38a, tweede of derde lid, niet binnen de in die artikelleden genoemde termijn heeft gedaan doordat niet duidelijk was dat de werknemer aanspraak op ziekengeld kan maken op grond van artikel 29a of 29b, meldt de werkgever de eerste werkdag waarop die werknemer wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid zo spoedig mogelijk, doch in elk geval niet later dan de vierde dag na het tijdstip waarop het hem redelijkerwijs duidelijk kan zijn dat de werknemer aanspraak op ziekengeld kan maken op grond van artikel 29a of 29b. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kent alsdan het ziekengeld met terugwerkende kracht over de verstreken periode, doch ten hoogste over een jaar, toe.
In afwijking van artikel 38a, tweede lid, meldt de werkgever, indien een mogelijke aanspraak op grond van artikel 29d bestaat, uiterlijk op de vierde dag nadat dertien weken van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte van de werknemer zijn verstreken, aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de eerste werkdag waarop die werknemer wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid.
Artikel 38a, achtste lid, is van overeenkomstige toepassing op de melding, bedoeld in het tweede en derde lid.