Article 38a
in forceTransitional and final provisions
The insured person who has an employer as referred to in the first section, paragraph 3, and who claims sickness benefit is, in the event of incapacity to perform his work due to illness, obliged to report this to his employer on the second day of such incapacity.
The employer shall report no later than on the fourth day:
on which the insured person is unfit to perform his work due to illness, after receipt of the notification referred to in the first paragraph, to the Employee Insurance Agency (Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen), the first working day on which the insured person is unfit to perform his work due to illness, or
from the day on which the female employee could have been entitled to a benefit pursuant to Article 3:7, paragraph 1, Article 3:8, paragraph 2, or Article 3:10, paragraph 1, of the Work and Care Act (Wet arbeid en zorg), but which benefit has not yet commenced, to the Employee Insurance Agency (Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen), the first working day on which the insured person is unfit to perform her work due to illness.
In derogation from paragraph 2, subparagraph a, the employer shall report the first working day on which the insured person is unfit to perform his work due to illness, at the latest on the first day after six weeks calculated from that first working day, if the insured person claims sickness benefit pursuant to Article 29, paragraph 2, subparagraph e, Article 29a, paragraph 1, or Article 29b. In derogation from the previous sentence, the employer shall report the first working day on which the insured person is unfit to perform his work due to illness on the last day of the employment, if the employment ends within the period referred to in the previous sentence.
If the insured person, after a notification of illness as referred to in the first paragraph, is again fit to perform his work, he shall report to the employer, no later than the second day of such fitness, the first day on which he was again fit to perform his work.
The employer shall, after receipt of the notification referred to in the fourth paragraph, report to the Employee Insurance Agency (Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen) no later than on the second day after the notification of recovery by the insured person, the first day on which that insured person is again fit to perform his work.
By way of derogation from the fifth paragraph, if the insured person claims sickness benefit pursuant to Article 29, second paragraph, part e, Article 29a, first paragraph, or Article 29b, the employer shall report the first working day on which the insured person is again fit to perform his work no earlier than the report of illness referred to in the third paragraph.
If the insured person, by application of Article 629, paragraph 3, of Book 7 of the Civil Code, has no right to wages or, pursuant to Article 76b, paragraph 2, has no right to remuneration, the employer shall report this to the Employee Insurance Agency (Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen).
The Employee Insurance Agency (Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen) shall impose an administrative fine of at most € 455 if the employer has failed to comply, or failed to comply properly, with the obligation referred to in the second, third, fifth, sixth or seventh paragraph. Articles 45a, eighth to eleventh paragraph inclusive, and 45g, fourth paragraph, shall apply mutatis mutandis.
If the employer fails to make the notification referred to in the second or third paragraph in a timely manner, the Employee Insurance Agency (Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen) shall grant the sickness benefit with retroactive effect over the elapsed period, but for a maximum of one year.
De verzekerde die een werkgever heeft als bedoeld in de eerste afdeling, paragraaf 3, en die aanspraak maakt op ziekengeld is in geval van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte verplicht dit op de tweede dag van die ongeschiktheid te melden aan zijn werkgever.
De werkgever meldt uiterlijk op de vierde dag:
waarop de verzekerde wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde melding, aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de eerste werkdag waarop de verzekerde wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, of
vanaf de dag waarop de vrouwelijke werknemer recht had kunnen hebben op een uitkering op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, tweede lid, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg doch die uitkering nog niet is aangevangen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de eerste werkdag waarop de verzekerde wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van haar arbeid.
In afwijking van het tweede lid, onderdeel a, meldt de werkgever de eerste werkdag waarop de verzekerde wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, uiterlijk op de eerste dag na zes weken gerekend vanaf die eerste werkdag, indien de verzekerde aanspraak maakt op ziekengeld op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel e, artikel 29a, eerste lid, of artikel 29b. In afwijking van de vorige volzin meldt de werkgever de eerste werkdag waarop de verzekerde wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid op de laatste dag van de dienstbetrekking, indien de dienstbetrekking in de periode, bedoeld in de vorige zin, eindigt.
Indien de verzekerde na een ziekmelding als bedoeld in het eerste lid weer geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, meldt hij aan de werkgever uiterlijk de tweede dag van die geschiktheid, de eerste dag waarop hij weer geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid.
De werkgever meldt na ontvangst van de in het vierde lid bedoelde melding, aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen uiterlijk op de tweede dag na de hersteldmelding door de verzekerde, de eerste dag waarop die verzekerde weer geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid.
In afwijking van het vijfde lid meldt de werkgever, indien de verzekerde aanspraak maakt op ziekengeld op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel e, artikel 29a, eerste lid, of artikel 29b, de eerste werkdag waarop de verzekerde weer geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid niet eerder dan de ziekmelding bedoeld in het derde lid.
Indien de verzekerde door toepassing van artikel 629, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek geen recht heeft op loon dan wel op grond van artikel 76b, tweede lid, geen recht heeft op bezoldiging, meldt de werkgever dit aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste € 455 indien de werkgever de verplichting, bedoeld in het tweede, derde, vijfde, zesde of zevende lid, niet of niet behoorlijk is nagekomen. De artikelen 45a, achtste tot en met elfde lid, en 45g, vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Indien de werkgever de melding, bedoeld in het tweede of derde lid, niet tijdig doet, kent het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het ziekengeld met terugwerkende kracht toe over de verstreken periode, doch ten hoogste over een jaar.