Article 32c
in forceSupervision and enforcement · § Enforcement powers
In the event of a violation punishable by a fine classified in the second or third fine category, as referred to in Article 31, paragraph 2, the supervisory authority may prohibit the offender from exercising policy-making functions at an institution as referred to in Article 1a.
If the infringement referred to in the first paragraph is committed by a legal person, the first paragraph shall apply mutatis mutandis to the natural persons who have ordered the conduct in question or who have exercised actual control over it.
A prohibition as referred to in the first paragraph may be imposed for a duration of at most one year and may be extended once by at most one year.
Bij een overtreding die beboetbaar is met een boete gerangschikt in de tweede of derde boetecategorie, bedoeld in artikel 31, tweede lid, kan de toezichthoudende autoriteit de overtreder de bevoegdheid ontzeggen om bij een instelling als bedoeld in artikel 1a beleidsbepalende functies uit te oefenen.
Indien de overtreding, bedoeld in het eerste lid, is begaan door een rechtspersoon, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing op de natuurlijke personen die tot de betrokken gedraging opdracht hebben gegeven of daar feitelijk leiding aan hebben gegeven.
Een ontzegging als bedoeld in het eerste lid kan worden opgelegd voor de duur van ten hoogste een jaar en eenmaal met ten hoogste een jaar worden verlengd.