Article 22
in forceProvisions regarding the reporting of unusual transactions · § Confidentiality
Any person who, by virtue of the application of this Act or of decisions taken pursuant to this Act, performs or has performed any task, is prohibited from using confidential data or information, which has been provided or received pursuant to this Act or pursuant to Title 5.2 of the General Administrative Law Act, or which has been received from a foreign supervisory authority, or from disclosing such data or information, further or otherwise than is required for the performance of their task or by this Act.
By way of derogation from the first paragraph, the supervisory authority may make communications using the information referred to in the first paragraph, provided that these cannot be traced back to individual persons.
The first and second paragraphs shall, with respect to the person to whom the second paragraph applies, leave unaffected the applicability of the provisions of the Code of Criminal Procedure.
Het is een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze wet of van krachtens deze wet genomen besluiten enige taak vervult of heeft vervuld verboden van vertrouwelijke gegevens of inlichtingen, die ingevolge deze wet dan wel ingevolge titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht zijn verstrekt of ontvangen, of van een buitenlandse toezichthoudende instantie zijn ontvangen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitoefening van zijn taak of door deze wet wordt geëist.
In afwijking van het eerste lid, kan de toezichthoudende autoriteit met gebruikmaking van de in het eerste lid bedoelde informatie mededelingen doen, indien deze niet kunnen worden herleid tot afzonderlijke personen.
Het eerste en tweede lid laten ten aanzien van degene op wie het tweede lid van toepassing is, onverlet de toepasselijkheid van de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering.