Dutch Legislation

Article 7

in force

Provisions regarding customer due diligence · § Simplified customer due diligence

Anti-Money Laundering Act (Wwft) · Chapter 2 · § 2.2 · In force since 2020-07-10

Source
1.

Articles 3, paragraph 2, points (a) up to and including (c), (e) and (f), and 4 shall not apply insofar as an institution enters into a business relationship or performs a transaction with regard to electronic money and:

a.

the electronic money on which the monetary value is stored cannot be recharged or has a payment transaction limit of € 150 per month and can be used exclusively in the Netherlands;

b.

the stored monetary value of the electronic money does not exceed € 150;

c.

the electronic money is used exclusively for the purchase of goods or services;

d.

the stored monetary value of the electronic money cannot be topped up with anonymous electronic money; and

e.

The issuer of electronic money shall ensure adequate monitoring of transactions or the business relationship to ensure that the provisions of Article 16 can be complied with.

2.

An institution shall collect sufficient data to be able to determine whether the first paragraph is applicable.

3.

The first paragraph shall not apply if it concerns a cash refund or a cash withdrawal of the monetary value of the electronic money and the amount to be refunded exceeds € 50, or if it concerns a remote payment transaction as referred to in Article 4, point 6, of the Payment Services Directive and the amount paid exceeds € 50 per transaction.

4.

Banks and other financial undertakings shall only accept payments made with anonymous prepaid cards issued in third countries if such cards comply with requirements equivalent to those of the first or third paragraph.

1.

De artikelen 3, tweede lid, onderdelen a tot en met c, e en f, en 4 zijn niet van toepassing voor zover een instelling een zakelijke relatie aangaat of een transactie verricht met betrekking tot elektronisch geld en:

a.

het elektronisch geld waarop de geldwaarde is opgeslagen niet kan worden heropgeladen of een betalingstransactielimiet heeft van € 150 per maand en uitsluitend in Nederland kan worden gebruikt;

b.

de opgeslagen geldwaarde van het elektronisch geld niet meer dan € 150 bedraagt;

c.

het elektronisch geld uitsluitend wordt gebruikt voor de aankoop van goederen of diensten;

d.

de opgeslagen geldwaarde van het elektronisch geld niet kan worden aangevuld met anoniem elektronisch geld; en

e.

de uitgever van het elektronisch geld zorgt voor een toereikende controle van de transacties of de zakelijke relatie om te verzekeren dat kan worden voldaan aan het bepaalde in artikel 16.

2.

Een instelling verzamelt voldoende gegevens om te kunnen vaststellen of het eerste lid van toepassing is.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing indien sprake is van terugbetaling in contanten of opname in contanten van de monetaire waarde van het elektronisch geld en het terug te betalen bedrag hoger is dan € 50, of indien sprake is van een betalingstransactie op afstand als bedoeld in artikel 4, onderdeel 6, van de richtlijn betaaldiensten en het betaalde bedrag hoger is dan € 50 per transactie.

4.

Banken en andere financiële ondernemingen accepteren enkel betalingen verricht met anonieme prepaidkaarten die zijn uitgegeven in derde landen, indien deze kaarten voldoen aan eisen gelijkwaardig aan die van het eerste of derde lid.