Article 12d
in forceSpecial provisions
The municipal executive (college van burgemeester en wethouders) may, if an association of owners does not possess a maintenance plan for a building under its management and that building is located in an area where, in the opinion of the municipal executive, the quality of life is under pressure, oblige that association of owners to have a maintenance plan drawn up by an expert person or an expert body within a period to be determined by the municipal executive, and to keep that plan in effect for its duration. Insofar as that duration exceeds five years, the obligation referred to in the previous sentence also includes the obligation to have the maintenance plan revised every five years by an expert person or an expert body.
The municipal executive (college van burgemeester en wethouders) shall not impose an obligation as referred to in the first paragraph until a meeting of owners has been convened in accordance with Article 127a of Book 5 of the Civil Code and the association of owners does not possess a maintenance plan within three months after that meeting has taken place. The first sentence does not apply if it is reasonably foreseeable that convening the meeting of owners referred to in that sentence, or observing the three-month period referred to in that sentence, will not lead to the association of owners drawing up or having a maintenance plan drawn up of its own accord.
The maintenance plan (onderhoudsplan), as referred to in the first paragraph, shall at least contain:
the maintenance and repair work on, and the renewals of, those parts of the building over which the association of owners exercises management, covering a period of five years;
an estimate of the costs associated with the works and renewals referred to in point (a), and an equal allocation of those costs over the respective years;
an estimate of the required annual reservation for costs other than ordinary annual costs after the period to which the maintenance plan relates.
The association of owners shall, within four weeks after the preparation of the maintenance plan referred to in the first paragraph, send a copy of the plan to the municipal executive (college van burgemeester en wethouders).
If an authorisation to convene a meeting of owners as referred to in Article 127a, paragraph 1, preamble, of Book 5 of the Civil Code is issued within five years after a previous authorisation has been issued, the municipal executive (college van burgemeester en wethouders) may require the association of owners concerned to outsource the management to a professional administrator.
Het college van burgemeester en wethouders kan, indien een vereniging van eigenaars ten behoeve van een bij haar in beheer zijnd gebouw niet beschikt over een onderhoudsplan en dat gebouw is gelegen in een gebied waarin de leefbaarheid naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders onder druk staat, die vereniging van eigenaars verplichten tot het binnen een door het college van burgemeester en wethouders te bepalen termijn laten opstellen van een onderhoudsplan door een deskundig persoon of een deskundige instantie en tot het van kracht laten blijven van dat plan gedurende zijn looptijd. Voor zover die looptijd langer is dan vijf jaar, omvat de in de vorige volzin bedoelde verplichting mede de verplichting het onderhoudsplan elke vijf jaar door een deskundig persoon of een deskundige instantie te laten herzien.
Het college van burgemeester en wethouders legt een verplichting als bedoeld in het eerste lid niet op dan nadat met toepassing van artikel 127a van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek een vergadering van eigenaars is bijeengeroepen en de vereniging van eigenaars niet binnen drie maanden nadat die vergadering heeft plaatsgevonden over een onderhoudsplan beschikt. De eerste volzin is niet van toepassing, indien redelijkerwijs voorzienbaar is dat het bijeenroepen van de vergadering van eigenaars, bedoeld in die zin, dan wel het in acht nemen van de termijn van drie maanden, bedoeld in die zin, er niet toe zal leiden dat de vereniging van eigenaars uit eigen beweging een onderhoudsplan opstelt of laat opstellen.
Het onderhoudsplan, bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste:
de onderhouds- en herstelwerkzaamheden aan en de vernieuwingen van die gedeelten van het gebouw waarover de vereniging van eigenaars het beheer voert over een periode van vijf jaar;
een schatting van de aan de werkzaamheden en de vernieuwingen, bedoeld in onderdeel a, verbonden kosten en een gelijkmatige toerekening van die kosten aan de onderscheiden jaren;
een schatting van de benodigde jaarlijkse reservering voor andere dan de gewone jaarlijkse kosten na de periode waarop het onderhoudsplan betrekking heeft.
De vereniging van eigenaars zendt binnen vier weken na het opstellen van het onderhoudsplan, bedoeld in het eerste lid, een afschrift van het plan aan het college van burgemeester en wethouders.
Indien een machtiging tot het bijeenroepen van een vergadering van eigenaars als bedoeld in artikel 127a, eerste lid, aanhef, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek wordt afgegeven binnen vijf jaar nadat een eerdere machtiging is afgegeven, kan het college van burgemeester en wethouders de betrokken vereniging van eigenaars verplichten tot het uitbesteden van het beheer aan een professionele beheerder.