Dutch Legislation

Article 94a

in force

Disciplinary law and supervision · Disciplinary law

Notaries Act (Wna) · Title IX · Section 1 · In force since 2018-01-01

Source
1.

The chambers for the civil-law notary profession shall annually draw up an annual report as well as a budget of the income and expenditure to be expected in the following year with regard to the performance of the tasks assigned by or pursuant to this Act and the resulting activities in the field of disciplinary law. The budget items shall be accompanied by an explanatory note.

2.

Unless the activities to which the budget relates have not been performed previously, the budget shall contain a comparison with the budget for the current year to which Our Minister has consented.

3.

The chambers for the civil-law notary profession shall submit the budget to Our Minister for approval prior to a date to be determined by Our Minister preceding the budget year.

4.

Our Minister shall not approve the budget until the KNB has been heard. Approval may be withheld on grounds of conflict with the law or the public interest. In the event of an established conflict, approval shall not be withheld until the chambers for the civil-law notary profession (kamers voor het notariaat) have been given the opportunity to amend the budget within a reasonable period to be set by our Minister.

5.

Where Our Minister has not approved the budget before 1 January of the year to which it relates, the chambers for the civil-law notary profession (kamers voor het notariaat) may, in the interest of the proper performance of their duties, dispose of no more than three-twelfths of the amounts that were authorised for the corresponding items in the budget of the preceding year for the purpose of entering into obligations and making expenditures.

6.

If, during the year, significant discrepancies arise or threaten to arise between the actual and budgeted income and expenditure, or between actual and budgeted receipts and disbursements, the chambers for the civil-law notary profession shall notify Our Minister thereof without delay, stating the cause and the expected extent of the discrepancies.

7.

The chambers for the civil-law notary profession shall submit the annual report to Our Minister before a date to be determined by Our Minister.

8.

Rules may be established by ministerial regulation regarding the structure of the budget and the contents of the annual report.

1.

De kamers voor het notariaat stellen jaarlijks een jaarverslag op alsmede een begroting van de in het daaropvolgende jaar te verwachten inkomsten en uitgaven met betrekking tot de uitvoering van de bij of krachtens deze wet opgedragen taken en daaruit voortvloeiende werkzaamheden op het terrein van de tuchtrechtspraak. De begrotingsposten worden van een toelichting voorzien.

2.

Tenzij de werkzaamheden waarop de begroting betrekking heeft nog niet eerder werden verricht, bevat de begroting een vergelijking met de begroting van het lopende jaar waarmee Onze Minister heeft ingestemd.

3.

De kamers voor het notariaat zenden de begroting voor een door Onze Minister te bepalen tijdstip voorafgaande aan het begrotingsjaar ter instemming aan Onze Minister.

4.

Onze Minister stemt niet in met de begroting dan nadat de KNB is gehoord. De instemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Ingeval van gebleken strijdigheid wordt instemming niet onthouden dan nadat de kamers voor het notariaat in de gelegenheid zijn gesteld de begroting aan te passen, binnen een door Onze Minister te stellen redelijke termijn.

5.

Wanneer Onze Minister niet met de begroting heeft ingestemd vóór 1 januari van het jaar waarop deze betrekking heeft, kunnen de kamers voor het notariaat, in het belang van een juiste uitvoering van hun taak, voor het aangaan van verplichtingen en het verrichten van uitgaven beschikken over ten hoogste drie twaalfde gedeelten van de bedragen die bij de overeenkomstige onderdelen in de begroting van het voorafgaande jaar waren toegestaan.

6.

Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven, doen de kamers voor het notariaat daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister onder vermelding van de oorzaak en de verwachte omvang van de verschillen.

7.

De kamers voor het notariaat zenden het jaarverslag voor een door Onze Minister te bepalen tijdstip aan Onze Minister.

8.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de inrichting van de begroting en de inhoud van het jaarverslag.