Dutch Legislation

Article 282

in force

Handling of the case by the court · Examination at the hearing

Code of Criminal Procedure (Sv) · Book 2 Criminal proceedings in the first instance · Title VI · Section 1 · In force since 2005-01-01

Source
1.

If the suspect is in pre-trial detention, the following paragraphs of this article shall apply.

2.

If the court suspends the examination at the hearing for a certain period, it shall, as a rule, set the term of the suspension at no more than one month. For compelling reasons, however, it may set a longer term, but in no case longer than three months.

3.

If the court adjourns the examination at the hearing for an indefinite period, it shall, with corresponding application of the second paragraph, set a final time limit within which the examination must be resumed.

4.

Where the suspect is in pre-trial detention by virtue of an order for arrest or an order for continued detention, the validity of which can no longer be extended pursuant to Article 66, paragraph 3, the public prosecutor may move for a suspension of the proceedings at the hearing, provided that he has made his intention to do so known to the suspect in the summons.

1.

Bevindt de verdachte zich in voorlopige hechtenis, dan zijn de volgende leden van dit artikel van toepassing.

2.

Indien de rechtbank het onderzoek op de terechtzitting voor een bepaalde tijd schorst, stelt zij de termijn van de schorsing in de regel op niet meer dan een maand. Om klemmende redenen kan zij echter een langere termijn stellen, doch in geen geval langer dan drie maanden.

3.

Schorst de rechtbank het onderzoek op de terechtzitting voor onbepaalde tijd, dan stelt zij met overeenkomstige toepassing van het tweede lid, een uiterste termijn, waarbinnen het onderzoek moet worden hervat.

4.

Wanneer de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt krachtens een bevel tot gevangenneming of gevangenhouding waarvan de geldigheidsduur niet meer kan worden verlengd op grond van artikel 66, derde lid, kan de officier van justitie schorsing van het onderzoek op de terechtzitting vorderen, mits hij het voornemen daartoe aan de verdachte kenbaar heeft gemaakt bij de dagvaarding.