Dutch Legislation

Article 404

in force

Criminal procedure in cases concerning minors

Code of Criminal Procedure (Sv) · Title II · In force since 2020-01-01

Source
1.

Against judgments concerning criminal offences rendered by the court as a final decision or during the course of the trial, an appeal is open to the public prosecutor at the court that rendered the judgment, and to the defendant who has not been acquitted of the entire indictment.

2.

An appeal may be lodged against judgments concerning offences, rendered by the court as a final judgment or during the course of the proceedings, by the public prosecutor at the court that rendered the judgment, and by the defendant who has not been acquitted of the entire charge, unless in respect thereof in the final judgment:

a.

no punishment or measure was imposed by application of Article 9a of the Criminal Code, or

b.

no other penalty or measure was imposed than a fine up to a maximum – or, where two or more fines were imposed in the judgment, fines up to a joint maximum – of € 50.

3.

By way of derogation from the second paragraph, an appeal is open to the defendant against a judgment rendered in absentia as referred to in the second paragraph, under (a) and (b), if the summons or notice to appear at the hearing in the first instance or the notification or notice for the further hearing was not served upon or delivered to the defendant in person, and no other circumstance has occurred from which it follows that the date of the hearing or the further hearing was previously known to the defendant. The preceding sentence does not apply in the event that the summons or notice was validly served upon the defendant within six weeks after an objection was filed by the defendant pursuant to Article 257e, with due observance of Article 36g.

4.

No appeal in cassation shall lie against the judgments referred to in the second paragraph, under (a) and (b), against which no appeal is open, unless they concern a violation of an ordinance of a province, a municipality, a water board, or a public body established by application of the Joint Arrangements Act (Wet gemeenschappelijke regelingen).

5.

If criminal offences have been joined for adjudication by the court in the first instance, the defendant may only lodge an appeal against those joined cases in which he has not been acquitted of the entire indictment.

1.

Tegen de vonnissen betreffende misdrijven, door de rechtbank als einduitspraak of in de loop van het onderzoek ter terechtzitting gegeven, staat hoger beroep open voor de officier van justitie bij het gerecht dat het vonnis heeft gewezen, en voor de verdachte die niet van de gehele telastlegging is vrijgesproken.

2.

Tegen de vonnissen betreffende overtredingen, door de rechtbank alseinduitspraak of in de loop van het onderzoek gegeven, staat hoger beroep open voor de officier van justitie bij het gerecht dat het vonnis heeft gewezen, en voor de verdachte die niet van de gehele telastlegging is vrijgesproken, tenzij terzake in de einduitspraak:

a.

met toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen straf of maatregel werd opgelegd, of

b.

geen andere straf of maatregel werd opgelegd dan een geldboete tot een maximum – of, wanneer bij het vonnis twee of meer geldboetes werden opgelegd, geldboetes tot een gezamenlijk maximum – van € 50.

3.

In afwijking van het tweede lid staat voor de verdachte hoger beroep open tegen een bij verstek gewezen vonnis als bedoeld in het tweede lid, onder a en b, indien de dagvaarding of oproeping om op de terechtzitting in eerste aanleg te verschijnen of de aanzegging of oproeping voor de nadere terechtzitting aan de verdachte niet in persoon is gedaan of betekend en zich geen andere omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting of van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was. De vorige zin is niet van toepassing in geval de dagvaarding of oproeping binnen zes weken nadat door de verdachte op de voet van artikel 257e verzet is gedaan, rechtsgeldig aan de verdachte is betekend met inachtneming van artikel 36g.

4.

Tegen de in het tweede lid, onder a en b, bedoelde vonnissen waartegen geen hoger beroep openstaat, staat evenmin beroep in cassatie open, tenzij zij een overtreding betreffen van een verordening van een provincie, een gemeente, een waterschap of een met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen ingesteld openbaar lichaam.

5.

Zijn in eerste aanleg strafbare feiten gevoegd aan het oordeel van de rechtbank onderworpen, dan kan de verdachte alleen hoger beroep instellen van die gevoegde zaken waarin hij niet van de gehele telastlegging is vrijgesproken.