Dutch Legislation

Article 5.4.9

in force

European Investigation Order · Uitvoering van een Europees onderzoeksbevel

Code of Criminal Procedure (Sv) · Title 4 · Section 2 · In force since 2017-06-17

Source
1.

The public prosecutor shall make the results of the execution of the European Investigation Order available to the issuing authority as soon as possible. If a notice of objection has been filed or may still be filed in accordance with Article 5.4.10, the transfer of the results shall only take place after a final and irrevocable decision has been rendered on the notice of objection.

2.

The public prosecutor may, upon the transfer to the issuing authority, stipulate that the evidence to be transferred shall be returned as soon as its use for the criminal proceedings is no longer required.

3.

By way of derogation from the first paragraph, if the issuing authority has sufficiently substantiated that an immediate transfer is essential for the proper conduct of the investigation or for the protection of individual rights, evidence gathered in execution of the order may be made available to the issuing authority on a provisional basis, if and insofar as this does not cause serious and irreversible damage to the interests of the interested party. The provisional making available shall take place under the conditions that Dutch law remains fully applicable with regard to the handed-over results and that the use thereof as evidence is only possible after they have been made available on a definitive basis.

4.

If the results to be transferred from the execution of the order are of importance for other proceedings, the public prosecutor may, upon the express request of and after consultation with the issuing authority, make evidence available to the issuing authority on the condition that it is returned when the issuing authority no longer requires it, or at another time agreed upon by the competent authorities.

1.

De officier van justitie stelt de resultaten van de uitvoering van het Europees onderzoeksbevel zo spoedig mogelijk ter beschikking aan de uitvaardigende autoriteit. Indien overeenkomstig artikel 5.4.10 een klaagschrift is ingediend of nog kan worden ingediend, vindt de overdracht van de resultaten eerst plaats nadat onherroepelijk is beslist op het klaagschrift.

2.

De officier van justitie kan bij de afgifte aan de uitvaardigende autoriteit bedingen, dat over te dragen bewijsmateriaal zal worden teruggezonden zodra daarvan het voor de strafvordering nodige gebruik is gemaakt.

3.

In afwijking van het eerste lid, kan indien de uitvaardigende autoriteit voldoende heeft gemotiveerd dat een onmiddellijke overdracht essentieel is voor het goede verloop van het onderzoek of voor de bescherming van de individuele rechten, aan de uitvaardigende autoriteit bewijsmateriaal vergaard ter uitvoering van het bevel voorlopig ter beschikking worden gesteld, indien en voor zover dit geen ernstige en onomkeerbare schade toebrengt aan de belangen van de belanghebbende. De voorlopige terbeschikkingstelling vindt plaats onder de voorwaarden dat het Nederlandse recht onverkort blijft gelden ten aanzien van de overhandigde resultaten en dat het gebruik daarvan als bewijsmiddel pas mogelijk is nadat deze definitief ter beschikking worden gesteld.

4.

Indien de over te dragen resultaten van de uitvoering van het bevel van belang zijn voor andere procedures, kan de officier van justitie op uitdrukkelijk verzoek van en na overleg met de uitvaardigende autoriteit, bewijsmateriaal ter beschikking stellen aan de uitvaardigende autoriteit onder de voorwaarde dat het wordt teruggezonden wanneer de uitvaardigende autoriteit dat niet meer nodig heeft, dan wel op een ander door de bevoegde autoriteiten afgesproken tijdstip.