Dutch Legislation

Article 6:6:6:13

in force

Transfer of claims and debts and waiver of claims

Code of Criminal Procedure (Sv) · Title 2 · In force since 2025-07-01

Source
1.

For the decisions referred to in Articles 6:6:11 and 6:6:12, the examination of the case by the court shall take place as soon as possible, but in any event within two months after receipt of the claim or the submissions of the Public Prosecution Service. For the decisions as referred to in Article 6:6:10, paragraph 1, under d, e and f, and paragraph 3, or in the event of an order for provisional nursing or an order for the provisional resumption of nursing, the examination shall in any event take place within one month after receipt of the claim.

2.

If the court fears a serious risk to the mental health of the person placed at the disposal of the government (ter beschikking gestelde), it may determine that the person placed at the disposal of the government is not permitted to personally inspect medical and psychological reports. The person placed at the disposal of the government may authorise a probation officer, physician, or lawyer, or a person who has obtained special permission from the court, to inspect those reports.

3.

The court shall hear the person placed at the disposal of the government and his counsel before reaching a decision. If the person placed at the disposal of the government is unable to appear for the examination, one of the judges, accompanied by the registrar, shall hear him at his place of residence. If the person placed at the disposal of the government is staying in another district, the court may delegate the hearing to a judge in that district.

4.

If the court, in the event of an extension of the placement in an institution for mandatory treatment (terbeschikkingstelling), considers a conditional termination of the nursing, the victim, as referred to in Article 51e, paragraph 2, shall be given the opportunity to make a statement, insofar as the conditions under which the termination of the nursing by the government can take place are discussed in terms of content during the proceedings. The statement shall exclusively concern the conditions that directly affect the interests of the victim. The statement may also be made by the persons referred to in Article 51e, paragraphs 3, 4, 7 and 8.

5.

If, after the submission of the claim for the extension of the placement at the disposal of the government (terbeschikkingstelling), a circumstance has occurred from which it follows that the court cannot comply with the prescribed duty to hear within a reasonable period, a decision on the claim for extension shall be taken within two months after the impediment to complying with the duty to hear has ceased to exist.

6.

If, in the event of an extension of the placement under a hospital order (terbeschikkingstelling), the court considers a conditional termination of the nursing and deems it necessary for the formation of its final judgment to be further informed regarding the manner in which and the conditions under which the return of the person placed under a hospital order into society could take place, it may, while simultaneously extending the nursing, adjourn its decision for a maximum of three months.

7.

If the court considers the application of Article 2.3 of the Forensic Care Act (Wet forensische zorg) and deems it necessary for the formation of its final judgment to be further informed regarding the manner in which and the conditions under which the return of the person placed at the disposal of the government (ter beschikking gestelde) into society would take place, it may adjourn its decision for a maximum of three months.

1.

Voor de beslissingen bedoeld in de artikelen 6:6:11 en 6:6:12 vindt het onderzoek van de zaak door de rechter zo spoedig mogelijk plaats, doch in elk geval binnen twee maanden na ontvangst van de vordering dan wel de conclusie van het openbaar ministerie. Voor de beslissingen als bedoeld in artikel 6:6:10, eerste lid, onder d, e en f, en derde lid, of bij een bevel tot voorlopige verpleging dan wel een bevel tot voorlopige hervatting van de verpleging, vindt het onderzoek in elk geval plaats binnen een maand na ontvangst van de vordering.

2.

De rechter kan indien hij ernstig gevaar voor de geestelijke gezondheid van de ter beschikking gestelde vreest, bepalen dat het inzien van geneeskundige en psychologische rapporten de ter beschikking gestelde persoonlijk niet is toegestaan. De ter beschikking gestelde kan een reclasseringsmedewerker, arts of advocaat, dan wel iemand die van de rechter bijzondere toestemming heeft verkregen, machtigen om die rapporten in te zien.

3.

De rechter hoort de ter beschikking gestelde en zijn raadsman, alvorens te beslissen. Indien de ter beschikking gestelde niet in staat is voor het onderzoek te verschijnen, zal een van de rechters vergezeld door de griffier hem op zijn verblijfplaats horen. Indien de ter beschikking gestelde zich ophoudt in een ander arrondissement, kan de rechter het gehoor overdragen aan een rechter in dat arrondissement.

4.

Indien de rechter in geval van verlenging van de terbeschikkingstelling voorwaardelijke beëindiging van de verpleging overweegt, wordt het slachtoffer, bedoeld in artikel 51e, tweede lid, in de gelegenheid gesteld een verklaring af te leggen, voor zover gedurende het onderzoek de voorwaarden waaronder de beëindiging van de verpleging van overheidswege kan plaatsvinden inhoudelijk worden besproken. De verklaring ziet uitsluitend op de voorwaarden die direct de belangen van het slachtoffer raken. De verklaring kan ook worden afgelegd door de personen, bedoeld in artikel 51e, derde, vierde, zevende en achtste lid.

5.

Indien zich na de indiening van de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de rechter niet binnen een redelijke termijn kan voldoen aan de voorgeschreven hoorplicht, wordt op de vordering tot verlenging besloten binnen twee maanden nadat het beletsel om aan de hoorplicht te voldoen, is weggevallen.

6.

Indien de rechter in geval van verlenging van de terbeschikkingstelling voorwaardelijke beëindiging van de verpleging overweegt en hij het voor de vorming van zijn eindoordeel noodzakelijk acht zich nader te doen voorlichten omtrent de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de terugkeer van de ter beschikking gestelde in het maatschappelijk verkeer zou kunnen geschieden, kan hij met gelijktijdige verlenging van de verpleging zijn beslissing voor ten hoogste drie maanden aanhouden.

7.

Indien de rechter toepassing van artikel 2.3 van de Wet forensische zorg overweegt en hij het voor de vorming van zijn eindoordeel noodzakelijk acht zich nader te doen voorlichten omtrent de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de terugkeer van de ter beschikking gestelde in het maatschappelijk verkeer zou geschieden, kan hij zijn beslissing voor ten hoogste drie maanden aanhouden.