Dutch Legislation

Article 6:6:6:12

in force

Transfer of claims and debts and waiver of claims

Code of Criminal Procedure (Sv) · Title 2 · In force since 2023-01-01

Source
1.

If the person placed at the disposal of the government is being nursed or cared for by the state, the following shall be submitted with the petition for extension:

a.

a recently drawn up, reasoned and signed opinion originating from the head or the director of the institution;

b.

a copy of the records concerning the physical and mental condition of the person placed at the disposal of the government (ter beschikking gestelde).

2.

If the person placed at the disposal of the government is not being nursed by the state, the petition shall be accompanied by a recently prepared, reasoned, dated and signed recommendation from the probation service and from a psychiatrist or a psychologist who has personally examined the person placed at the disposal of the government.

3.

If the public prosecution service requests an extension whereby the total duration of the placement under a hospital order (terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege) exceeds a period of four years or a multiple of four years, it shall, together with the request, also submit a recently prepared opinion from two behavioural experts of different disciplines – including a psychiatrist – jointly, or opinions from each of them separately. At the time they issue the opinion and at the time of the examination they conduct for that purpose, these behavioural experts may not be affiliated with the institution in which the person placed under a hospital order is being treated. The foregoing shall not apply if the person placed under a hospital order refuses to cooperate with the examination that must be conducted for the purpose of the opinion. Insofar as possible, the behavioural experts shall, jointly or each of them separately, draw up a report on the reason for the refusal. Insofar as possible, the public prosecution service shall submit another opinion or report regarding the desirability or necessity of an extension of the placement under a hospital order, to the preparation of which the person concerned is willing to cooperate.

4.

In the case referred to in the third paragraph, the person placed at the disposal of the government may, by order of Our Minister, be transferred for a period of no more than seven weeks to a psychiatric hospital or an institution intended for clinical observation for the purpose of observation. The stay in the institution shall be deemed to be nursing at the government's expense. The order for transfer shall not be issued until the person placed at the disposal of the government and his counsel have been heard in the matter or have at least been given the opportunity to be heard. Article 273, first paragraph, shall apply mutatis mutandis.

5.

The third and fourth paragraphs shall apply mutatis mutandis if the order for the resumption of government-mandated nursing relates to an alien who does not have lawful residence in the Netherlands within the meaning of Article 8 of the Aliens Act 2000, and a period of three years or more has elapsed between the date of expulsion of the convicted person and the date of submission of the claim by the Public Prosecution Service.

6.

If the petition for extension is filed within two months after the decision on appeal regarding the decision by which the placement under hospital order (terbeschikkingstelling) has been extended by one year, the petition need not be accompanied by an advice as referred to in the first paragraph, under (a).

1.

Indien de ter beschikking gestelde van overheidswege wordt verpleegd, worden bij de vordering tot verlenging overgelegd:

a.

een recent opgemaakt, met redenen omkleed en ondertekend advies afkomstig van het hoofd of de directeur van de instelling;

b.

een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de ter beschikking gestelde.

2.

Indien de ter beschikking gestelde niet van overheidswege wordt verpleegd, wordt bij de vordering overgelegd een recent opgemaakt, met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend advies van de reclassering en van een psychiater of een psycholoog, die zelf de ter beschikking gestelde heeft onderzocht.

3.

Indien het openbaar ministerie een verlenging vordert waardoor de totale duur van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege een periode van vier jaar of van een veelvoud van vier jaar te boven gaat, legt het bij de vordering tevens over een recent opgemaakt advies van twee gedragsdeskundigen van verschillende disciplines – waaronder een psychiater – gezamenlijk, dan wel adviezen van ieder van hen afzonderlijk. Deze gedragsdeskundigen mogen op het ogenblik waarop zij het advies uitbrengen en ten tijde van het onderzoek dat zij daarvoor verrichten niet verbonden zijn aan de instelling waarin de ter beschikking gestelde wordt verpleegd. Het voorgaande vindt geen toepassing indien de ter beschikking gestelde weigert medewerking te verlenen aan het onderzoek dat ten behoeve van het advies moet worden verricht. Voor zover mogelijk maken de gedragsdeskundigen gezamenlijk dan wel ieder van hen afzonderlijk over de reden van de weigering rapport op. Het openbaar ministerie legt zo mogelijk een ander advies of rapport omtrent de wenselijkheid of noodzakelijkheid van een verlenging van de terbeschikkingstelling, aan de totstandkoming waarvan de betrokkene wel bereid is om medewerking te verlenen, over.

4.

De ter beschikking gestelde kan in het geval, bedoeld in het derde lid, op last van Onze Minister, voor een periode van ten hoogste zeven weken ter observatie worden overgebracht naar een psychiatrisch ziekenhuis of een instelling tot klinische observatie bestemd. Het verblijf in de instelling geldt als verpleging van overheidswege. De last tot overbrenging wordt niet gegeven dan nadat de ter beschikking gestelde en zijn raadsman ter zake zijn gehoord althans daartoe in de gelegenheid zijn gesteld. Artikel 273, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.

5.

Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien de last tot hervatting van de verpleging van overheidswege betrekking heeft op een vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000, en tussen de datum van uitzetting van de veroordeelde en de datum van indiening van de vordering door het openbaar ministerie een periode van drie jaar of meer is gelegen.

6.

Indien de vordering tot verlenging wordt ingediend binnen twee maanden na de beslissing in beroep op de beslissing waarbij de terbeschikkingstelling met een jaar is verlengd, behoeft bij de vordering geen advies als bedoeld in het eerste lid, onder a, te worden overgelegd.