Dutch Legislation

Article 6:6:6:11

in force

Transfer of claims and debts and waiver of claims

Code of Criminal Procedure (Sv) · Title 2 · In force since 2020-07-25

Source
1.

A claim for the extension of the placement at the disposal of the government (terbeschikkingstelling) may not be submitted earlier than two months and not later than one month before the time at which the placement at the disposal of the government will end by the effluxion of time.

2.

The petition for the extension of the placement at the disposal of the government (terbeschikkingstelling) may also be submitted if the Public Prosecution Service, within four months prior to the time at which the placement at the disposal of the government will terminate by operation of law, submits a petition seeking the mandatory clinical treatment of the person placed at the disposal of the government by the state, or the resumption thereof.

3.

A claim for the extension of the placement at the disposal of the government (terbeschikkingstelling) that is submitted later than one month before the time at which the placement at the disposal of the government will end by the lapse of time, but within a reasonable period, is nonetheless admissible if there are special circumstances due to which the safety of others or the general safety of persons or property, notwithstanding the interest of the person placed at the disposal of the government, requires an extension of the placement at the disposal of the government.

4.

As long as no irrevocable decision has been rendered, the placement at the disposal of the government (terbeschikkingstelling) remains in effect. In the event that a claim for extension is granted after the day on which the placement at the disposal of the government would have ended by the lapse of time had no claim for extension been filed, the new term shall nevertheless commence on that day. The foregoing applies mutatis mutandis if, simultaneously with the claim for extension of the placement at the disposal of the government, a claim for extension of the conditional termination of the compulsory treatment by the state (voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege) is pending.

5.

In the case referred to in the third paragraph, if the failure has become apparent after the time at which the placement at the disposal of the government (terbeschikkingstelling) has ended by the lapse of time, the Public Prosecution Service shall, in addition to the motion for the extension of the placement at the disposal of the government, immediately file a motion for the provisional continuation of the placement at the disposal of the government with the examining magistrate.

6.

If the convicted person has been apprehended pursuant to Article 6:3:15, the Public Prosecution Service shall, in addition to a motion seeking the compulsory state treatment of the person placed at the disposal of the government (ter beschikking gestelde) or a motion for the resumption of compulsory state treatment, forthwith file a motion for the provisional compulsory state treatment or a motion for the provisional resumption of compulsory state treatment with the examining magistrate.

7.

The examining magistrate shall decide within three times twenty-four hours after the submission of the claim referred to in the fifth or sixth paragraph. Pending the decision, the person placed at the disposal of the government shall not be released.

8.

The person placed at the disposal of the government shall be heard by the examining magistrate, if possible, but in any event afterwards.

9.

The decision of the supervisory judge (rechter-commissaris) is immediately enforceable.

1.

Een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling kan niet eerder dan twee maanden en niet later dan één maand vóór het tijdstip waarop de terbeschikkingstelling door tijdsverloop zal eindigen, worden ingediend.

2.

De vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling kan eveneens worden ingediend indien het openbaar ministerie binnen vier maanden voor het tijdstip waarop de terbeschikkingstelling door tijdsverloop zal eindigen, een vordering indient die strekt tot het alsnog van overheidswege verplegen van de ter beschikking gestelde dan wel de hervatting daarvan.

3.

Een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling die later dan één maand vóór het tijdstip waarop de terbeschikkingstelling door tijdsverloop zal eindigen, doch binnen een redelijke termijn is ingediend, is niettemin ontvankelijk, indien er bijzondere omstandigheden aanwezig zijn waardoor de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, ondanks het belang van de ter beschikking gestelde, verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

4.

Zolang niet onherroepelijk is beslist, blijft de terbeschikkingstelling van kracht. In het geval dat een vordering tot verlenging wordt toegewezen na de dag waarop de terbeschikkingstelling door tijdsverloop zou zijn geëindigd indien geen vordering tot verlenging was ingediend, gaat de nieuwe termijn niettemin op die dag in. Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing indien gelijktijdig met de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling, een vordering tot verlenging van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege aanhangig is.

5.

In het geval, bedoeld in het derde lid, dient het openbaar ministerie, wanneer van het verzuim is gebleken na het tijdstip waarop de terbeschikkingstelling door tijdsverloop is geëindigd, naast de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling, onverwijld een vordering tot voorlopige voortzetting van de terbeschikkingstelling in bij de rechter-commissaris.

6.

Indien de veroordeelde is aangehouden op grond van artikel 6:3:15, dient het openbaar ministerie, naast een vordering strekkende tot het alsnog van overheidswege verplegen van de ter beschikking gestelde dan wel een vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege, onverwijld een vordering tot het voorlopig alsnog van overheidswege verplegen dan wel een vordering tot voorlopige hervatting van de verpleging van overheidswege in bij de rechter-commissaris.

7.

De rechter-commissaris beslist binnen driemaal vierentwintig uur na de indiening van de vordering, bedoeld in het vijfde of zesde lid. In afwachting van de beslissing wordt de ter beschikking gestelde niet in vrijheid gesteld.

8.

De ter beschikking gestelde wordt zo mogelijk, maar in elk geval achteraf door de rechter-commissaris gehoord.

9.

De beslissing van de rechter-commissaris is dadelijk uitvoerbaar.