Dutch Legislation

Article 65

in force

Offences endangering the general safety of persons or property

Criminal Code (Sr) · Title VII · In force since 1999-02-17

Source
1.

If the person designated in Article 64 has not yet reached the age of sixteen years or has been placed under guardianship (curatele) for reasons other than prodigality, or suffers from such a defective development or morbid disturbance of his mental faculties that he is unable to assess whether his interests are served by the complaint, the complaint shall be lodged by his legal representative in civil matters.

2.

If the person designated in Article 64 is deceased, the following persons are entitled to file a complaint: his parents, his children, and his surviving spouse, unless it appears that he did not desire a prosecution.

3.

If the complaint against the legal representative in civil matters of the person designated in Article 64 must be lodged, the following persons are entitled to lodge the complaint: the spouse, a relative in the direct line or, in the absence of all such persons, a brother or a sister.

4.

If a person designated in the second or third paragraph has not yet reached the age of sixteen years or has been placed under guardianship (curatele) for reasons other than prodigality, or suffers from such a defective development or morbid disorder of their mental faculties that they are unable to assess whether their interest is served by the complaint, prosecution may take place upon the complaint of their legal representative in civil matters.

1.

Indien de in artikel 64 aangewezen persoon de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt of anders dan wegens verkwisting onder curatele is gesteld, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens lijdt dat hij niet in staat is te beoordelen of zijn belang gediend is met de klacht, geschiedt de klacht door zijn wettige vertegenwoordiger in burgerlijke zaken.

2.

Indien de in artikel 64 aangewezen persoon overleden is, zijn tot de klacht gerechtigd: zijn ouders, zijn kinderen en zijn overlevende echtgenoot, tenzij blijkt dat hij een vervolging niet heeft gewild.

3.

Indien de klacht tegen de wettige vertegenwoordiger in burgerlijke zaken van de in artikel 64 aangewezen persoon moet geschieden, zijn tot de klacht gerechtigd: de echtgenoot, een bloedverwant in de rechte linie of, bij het ontbreken van al die personen, een broer en een zuster.

4.

Indien een in het tweede of derde lid aangewezen persoon de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt of anders dan wegens verkwisting onder curatele is gesteld, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens lijdt dat hij niet in staat is te beoordelen of zijn belang gediend is met de klacht, kan vervolging plaatsvinden op klacht van diens wettige vertegenwoordiger in burgerlijke zaken.