Dutch Legislation

Article 25a

in force

Manner of levy

Corporate Income Tax Act 1969 · Chapter VI · In force since 2022-01-01

Source
1.

No tax assessment shall be imposed, or a tax assessment shall be imposed at nil, if the calculation of the tax does not result in a positive amount.

2.

If the taxpayer has filed a tax return within a period to be determined by Our Minister, then, by way of derogation from the first paragraph, an assessment shall also be established if the calculation of the tax results in a nil amount.

3.

By way of derogation from Article 15 of the General State Taxes Act (Algemene wet inzake rijksbelastingen), preliminary levies in a year shall be set off against an assessment up to a maximum of the amount of tax payable prior to the set-off of preliminary levies.

4.

Insofar as preliminary levies pursuant to the third paragraph are not set off against an assessment in a given year, they shall, together with the carried-forward preliminary levies from preceding years, be carried forward to the following year and be set off in that year insofar as the preliminary levies in that year are lower than the amount referred to in the third paragraph. The setting off of preliminary levies that have not been set off pursuant to the third paragraph shall take place in the order of the years in which the preliminary levies were levied. The carry-forward and the set-off referred to in the first sentence shall only take place if the amount of preliminary levies to be carried forward to the following year has been determined by the inspector by way of a decision subject to objection.

1.

Geen aanslag wordt vastgesteld, dan wel een aanslag wordt vastgesteld op nihil, indien de berekening van de belasting niet leidt tot een positief bedrag.

2.

Indien de belastingplichtige binnen een door Onze Minister te bepalen termijn aangifte heeft gedaan wordt, in afwijking in zoverre van het eerste lid, ook een aanslag vastgesteld indien de berekening van de belasting leidt tot nihil.

3.

In afwijking van artikel 15 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen worden voorheffingen in een jaar verrekend met een aanslag tot ten hoogste het bedrag aan te betalen belasting vóór verrekening van voorheffingen.

4.

Voor zover in een jaar voorheffingen ingevolge het derde lid niet worden verrekend met een aanslag worden deze, gezamenlijk met de voortgewentelde voorheffingen uit voorgaande jaren, voortgewenteld naar het volgende jaar en in dat jaar verrekend voor zover de voorheffingen in dat jaar lager zijn dan het bedrag, bedoeld in het derde lid. Het verrekenen van voorheffingen die ingevolge het derde lid niet zijn verrekend, geschiedt in de volgorde van de jaren waarin de voorheffingen zijn geheven. De voortwenteling en de verrekening, bedoeld in de eerste zin, vinden alleen plaats indien het naar het volgende jaar voort te wentelen bedrag aan voorheffingen door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.