Article 15e
in forceSubject of tax for domestic taxpayers · Exemption for foreign business profits
For a taxpayer with profit from another state, the profit shall be reduced by the positive and negative amounts of the profit from that state (exemption for foreign business profits).
Profit from another state shall be understood to mean:
insofar as a treaty is applicable in relation to the other state which, or an arrangement has been made which, provides for a regulation for the levying on the components of the profit of the taxpayer: the joint amount of: insofar as the Netherlands, on the basis of that treaty, respectively that arrangement, for the profit from such an enterprise, for the proceeds from such immovable property and for such other benefits, if these profits, proceeds and benefits were to be positive, is required to grant an exemption for the prevention of double taxation;
the profit attributable to a foreign enterprise in that state, being an enterprise, or a part of an enterprise, that is carried on through a permanent establishment within the territory of that state;
the revenues included in the profit, less the costs related thereto, derived from immovable property situated in that state, and
the other benefits included in the profit, less the costs related thereto, from that State which, pursuant to that treaty or that regulation, respectively, have been allocated for taxation to that State;
insofar as, in relation to the other state, a treaty as referred to in point (a) is not applicable and no arrangement as referred to in point (a) has been made: the aggregate amount of:
the profit derived in that state from a foreign enterprise, being an enterprise, or a part of an enterprise, that is carried on through a permanent establishment within the territory of that state;
the proceeds included in the profit, less the costs related thereto, derived from immovable property situated within the territory of the other state, including rights that directly or indirectly relate to such immovable property, and
the proceeds included in the profit, less the costs related thereto, derived from rights to a share in the profits of an enterprise the place of effective management of which is situated in the other state, insofar as these rights do not arise from the holding of securities.
For the application of the second paragraph, point (b), activities performed for a continuous period of at least 30 days in, on, or above the extraction area of the other state shall also be considered a foreign enterprise. The extraction area of another state consists of the territorial sea of that state as well as the part of the seabed and its subsoil situated beyond the territorial sea, insofar as the other state may exercise sovereign rights therein pursuant to international law.
For the application of the second paragraph, point (b), the territory of another state shall be understood to mean: the territory of that state, including the area beyond the territorial sea of that state insofar as it may exercise sovereign rights therein in accordance with international law.
For the application of the second paragraph, point (b), income derived from the operation of ships or aircraft in international traffic shall only be taken into account as profit from a foreign enterprise insofar as that income is subject to a tax on profits in the state where the permanent establishment is situated.
For the application of the second paragraph, point (b), in determining the profit from a foreign enterprise, there shall be attributed to that foreign enterprise the profits which it would be deemed to derive – in particular in its dealings with other parts of the enterprise – if it were a separate and independent enterprise engaged in the same or similar activities under the same or similar conditions, taking into account the functions performed, assets used, and risks assumed by the taxpayer through the foreign enterprise and other parts of the enterprise.
The object exemption for foreign business profits shall not apply to profits derived from a low-taxed foreign investment company as referred to in Article 15g, unless such profit qualifies for an exemption to prevent double taxation in the Netherlands on the basis of a treaty for the avoidance of double taxation.
The object exemption for foreign business profits shall not apply to a taxpayer that has been designated as an investment institution.
The object exemption for foreign business profits shall not apply insofar as the profit of a disregarded permanent establishment as referred to in Article 12ac, paragraph 1, point b, is not subject to a tax levied on profits in the state in which that permanent establishment is considered to be situated for the application of this Article.
For the application of Articles 8, 10 and 13b, the term 'arrangement for the avoidance of double taxation' shall also include the object exemption for foreign business profits as referred to in this Article.
The object exemption for foreign business profits shall not apply to the tainted benefits attributable to a permanent establishment, as referred to in Article 13ab, paragraph 1, if that permanent establishment is situated in a designated state as referred to in Article 13ab, paragraph 3. Articles 13ab, paragraph 2, paragraph 4, subparagraph a, paragraphs 5 to 7 inclusive and paragraph 11, and 23e shall apply mutatis mutandis, on the understanding that 'controlled entity' shall be read as: permanent establishment.
The profit derived from the transfer of an enterprise, or an independent part of an enterprise, that is conducted by means of a permanent establishment shall be reduced by the tainted benefits directly related to that profit, insofar as those benefits have already been taken into account pursuant to the eleventh paragraph.
For the application of the fifth paragraph and of Articles 15g, first paragraph, point (b), and 15h, third paragraph, a tax on profit, or a tax on profit respectively, shall also be understood to include a qualifying domestic top-up tax as referred to in Article 1.2 of the Minimum Tax Act 2024 (Wet minimumbelasting 2024).
Bij de belastingplichtige met winst uit een andere staat wordt de winst verminderd met de positieve en de negatieve bedragen van de winst uit die staat (objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten).
Onder winst uit een andere staat wordt verstaan:
voor zover in de relatie tot de andere staat een verdrag van toepassing is dat, of een regeling is getroffen die, voorziet in een regeling voor de heffing over de bestanddelen van de winst van de belastingplichtige: het gezamenlijke bedrag van: voor zover Nederland op grond van dat verdrag, onderscheidenlijk die regeling, voor de winst uit een dergelijke onderneming, voor de opbrengsten uit dergelijke onroerende zaken en voor dergelijke overige voordelen, zo deze winsten, opbrengsten en voordelen positief zouden zijn, een vrijstelling ter voorkoming van dubbele belasting dient te verlenen;
de winst die toerekenbaar is aan een buitenlandse onderneming in die staat, zijnde een onderneming die, of een gedeelte van een onderneming dat, wordt gedreven met behulp van een vaste inrichting binnen het gebied van die staat;
de in de winst begrepen opbrengsten, verminderd met de daarmee verband houdende kosten, uit de in die staat gelegen onroerende zaken, en
de in de winst begrepen overige voordelen, verminderd met de daarmee verband houdende kosten, uit die staat die op grond van dat verdrag, onderscheidenlijk die regeling, ter heffing aan die staat zijn toegewezen;
voor zover in de relatie tot de andere staat niet een verdrag als bedoeld in onderdeel a van toepassing is en niet een regeling als bedoeld in onderdeel a is getroffen: het gezamenlijke bedrag van:
de in die staat behaalde winst uit buitenlandse onderneming, zijnde een onderneming die, of een gedeelte van een onderneming dat, wordt gedreven met behulp van een vaste inrichting binnen het gebied van die staat;
de in de winst begrepen opbrengsten, verminderd met de daarmee verband houdende kosten, uit binnen het gebied van de andere staat gelegen onroerende zaken, daaronder begrepen rechten die direct of indirect betrekking hebben op dergelijke onroerende zaken, en
de in de winst begrepen opbrengsten, verminderd met de daarmee verband houdende kosten, uit rechten op aandelen in de winst van een onderneming waarvan de leiding in de andere staat is gevestigd voor zover deze rechten niet opkomen uit effectenbezit.
Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, worden mede als buitenlandse onderneming beschouwd werkzaamheden die gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 30 dagen in, op of boven het winningsgebied van de andere staat worden verricht. Het winningsgebied van een andere staat bestaat uit de territoriale zee van die staat alsmede het buiten de territoriale zee gelegen deel van de zeebodem en de ondergrond daarvan, voor zover de andere staat daar op grond van het internationale recht soevereine rechten mag uitoefenen.
Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, wordt onder het gebied van een andere staat verstaan: het grondgebied van die staat, daaronder begrepen het gebied buiten de territoriale zee van die staat voor zover deze daar in overeenstemming met het internationale recht soevereine rechten mag uitoefenen.
Inkomen uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in het internationale verkeer wordt voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, alleen als winst uit buitenlandse onderneming in aanmerking genomen voor zover dat inkomen in de staat waar de vaste inrichting is gelegen in een belastingheffing naar de winst wordt betrokken.
Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, worden bij het bepalen van de winst uit een buitenlandse onderneming aan die buitenlandse onderneming de voordelen toegerekend die deze geacht zou worden te behalen – in het bijzonder bij haar handelen met andere onderdelen van de onderneming – indien zij een zelfstandige en onafhankelijke onderneming zou zijn, die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden, hierbij in aanmerking nemende de door de belastingplichtige door middel van de buitenlandse onderneming en andere delen van de onderneming uitgeoefende functies, gebruikte activa en gelopen risico’s.
De objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten vindt geen toepassing op de winst uit een laagbelaste buitenlandse beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 15g, tenzij zodanige winst op grond van een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting in Nederland voor een vrijstelling ter voorkoming van dubbele belasting in aanmerking komt.
De objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten vindt geen toepassing ten aanzien van een belastingplichtige die als beleggingsinstelling is aangemerkt.
De objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten vindt geen toepassing voor zover de winst van een buiten beschouwing blijvende vaste inrichting als bedoeld in artikel 12ac, eerste lid, onderdeel b, niet is onderworpen aan een naar de winst geheven belasting in de staat waarin die vaste inrichting voor de toepassing van dit artikel wordt beschouwd te zijn gelegen.
Voor de toepassing van de artikelen 8, 10 en 13b wordt onder regeling ter voorkoming van dubbele belasting mede verstaan de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten, bedoeld in dit artikel.
De objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten vindt geen toepassing op de aan een vaste inrichting toerekenbare besmette voordelen, bedoeld in artikel 13ab, eerste lid, indien die vaste inrichting is gelegen in een aangewezen staat als bedoeld in artikel 13ab, derde lid. De artikelen 13ab, tweede lid, vierde lid, onderdeel a, vijfde tot en met zevende lid en elfde lid, en 23e zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daarbij voor gecontroleerd lichaam wordt gelezen: vaste inrichting.
De winst die wordt behaald met de overdracht van een onderneming die, of een zelfstandig onderdeel van een onderneming dat, wordt gedreven met behulp van een vaste inrichting wordt verminderd met de met die winst rechtstreeks samenhangende besmette voordelen voor zover die voordelen reeds in aanmerking zijn genomen op grond van het elfde lid.
Voor de toepassing van het vijfde lid en de artikelen 15g, eerste lid, onderdeel b, en 15h, derde lid, wordt onder een belastingheffing naar de winst, onderscheidenlijk een belasting naar de winst, mede verstaan een kwalificerende binnenlandse bijheffing als bedoeld in artikel 1.2 van de Wet minimumbelasting 2024.
Decisions of the Dutch Supreme Court (Hoge Raad) applying this article. Annotations are unofficial translations.
Corporate Income Tax. Article 15e, paragraphs 1 and 2, Corporate Income Tax Act 1969; Articles 7 and 23 of the Convention between the Kingdom of the Netherlands and the Kingdom of Belgium for the avoidance of double taxation; doctrine of error (foutenleer) in determining the exempt profit of a foreign permanent establishment.
Decision on rechtspraak.nl