Article 11
in forceThe right to housing benefit
A rent subsidy shall only be granted for the rent of a dwelling that:
is an independent living space or a non-self-contained floor, or
a non-self-contained residential space which forms part of a residential building or dwelling, is rented out in whole or in part for the purpose of assisted living, group living for the elderly or a comparable form of housing, and is owned by and rented to the tenant by a non-profit legal entity that is also active in the field of public housing.
The first paragraph under (b) shall only apply if the non-self-contained living space forms part of a residential building or dwelling that has been designated by the Benefits Agency (Dienst Toeslagen). Further rules may be established by Order in Council in this regard, whereby a lower maximum calculated rent may be determined than that which follows from Article 13.
For the lease of a caravan without its own propulsion, a rent subsidy shall only be granted if it:
is placed on a pitch or at a regional caravan site that was established before 1 October 1970, and
complies with the requirements imposed pursuant to the Environment and Planning Act (Omgevingswet).
Een huurtoeslag wordt slechts toegekend voor de huur van een woning die:
een zelfstandige woonruimte of een onvrije etage is, of
een onzelfstandige woonruimte is, welke deel uitmaakt van een woongebouw of woning, geheel of gedeeltelijk verhuurd ten behoeve van begeleid wonen, groepswonen door ouderen of een daarmee vergelijkbare woonvorm, en in eigendom van en aan de huurder verhuurd door een rechtspersoon zonder winstoogmerk, die mede op het gebied van de volkshuisvesting werkzaam is.
Het eerste lid onder b vindt slechts toepassing als de onzelfstandige woonruimte deel uitmaakt van een woongebouw of woning, die door de Dienst Toeslagen is aangewezen. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen terzake nadere regels worden gesteld, waarbij een lagere maximale rekenhuur kan worden vastgesteld dan uit artikel 13 voortvloeit.
Voor de huur van een woonwagen zonder eigen aandrijving wordt slechts een huurtoeslag toegekend, indien deze:
is geplaatst op een standplaats of op een regionaal woonwagencentrum dat tot stand is gekomen voor 1 oktober 1970, en
voldoet aan de eisen, daaraan gesteld krachtens de Omgevingswet.