Article 3.91
in forceHeffingsgrondslag bij werk en woning · Belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden
The term 'operation' (werkzaamheid) also includes:
making assets profitable – including the debts directly related to those assets – by making these assets available, whether or not for consideration, legally or in fact, directly or indirectly, to a person related to the taxpayer, insofar as those assets are used by that person for the purpose of deriving taxable profit from an enterprise or taxable result from other activities;
making assets profitable – including the debts directly related to those assets – insofar as these assets are, whether or not for consideration, legally or factually, directly or indirectly, made available for the benefit of a partnership of which a person related to the taxpayer, who derives taxable profit from business or taxable result from other activities therefrom, forms a part;
the profitable exploitation of assets in a manner that exceeds normal, active asset management, such as the piecemeal sale of real estate, the performance of major maintenance or other modifications to an asset to a significant extent by the taxpayer themselves, or the use by the taxpayer of inside information or comparable special forms of knowledge.
For the application of this article and the provisions based thereon:
equated with the making available of assets to a person as referred to in the first paragraph or for the benefit of a partnership as referred to therein:
the entering into or the holding of a claim, as well as the entering into or the holding of rights arising from a savings agreement or from an agreement related thereto, against a person or partnership as referred to in that paragraph;
the conclusion of a life insurance agreement or the holding of rights under a life insurance agreement in which the person or partnership referred to in that paragraph acts as the insurer, except insofar as the benefits from those rights would otherwise be taken into account as a periodic payment or provision as referred to in Section 3.5;
the establishment or the possession of a right of enjoyment in an asset that has been made available to a person referred to in that paragraph or for the benefit of a partnership referred to in that paragraph;
agreeing to acquire or having a right to acquire an asset that has been made available to a person referred to in that paragraph or for the benefit of a partnership referred to in that paragraph;
the acquisition or the possession of a right or an obligation to acquire an asset from a person or a partnership as referred to in that paragraph, if the corresponding obligation or the corresponding right belongs to the assets of an enterprise or to the result of an activity of that person or partnership;
the acquisition or the possession of a right or an obligation to alienate an asset to a person or a partnership referred to in that member, if the corresponding obligation or the corresponding right belongs to the assets of an enterprise or to the result from an activity of that person or partnership;
For the purposes of this Act, a person connected with the taxpayer is understood to mean:
the partner of the taxpayer;
the minor children of the taxpayer or his spouse;
If the taxpayer is a minor, a person connected to the taxpayer shall also be understood to mean: a blood relative or relative by affinity in the first degree in the ascending line and the person who is understood to be a person connected to that blood relative or relative by affinity as referred to in the second paragraph, point b;
a fee for entering into a suretyship for debts concerning an enterprise, activity or partnership as referred to in the first paragraph, designated as a benefit derived from making an asset available;
rights as referred to in point (a), under 4°, 5° and 6°, shall also include: rights the value of which is directly or indirectly related to the change in value of an asset or to the change of a factor, such as the interest rate;
obligations as referred to in point (a), under 5° and 6°, shall also include: obligations the value of which is directly or indirectly related to the change in value of an asset or to the change of a factor, such as the interest rate.
The making available of assets to a blood relative or relative by affinity in the direct line of the taxpayer or of his partner, not included under the second paragraph, point (b), shall be treated in the same manner as the making available of assets to a person connected with the taxpayer, if it concerns a making available of assets that is unusual in social and economic intercourse. Rules may be laid down by ministerial regulation for the application of this paragraph, including rules as to whether there is a making available of assets that is unusual in social and economic intercourse.
Onder werkzaamheid wordt mede verstaan:
het rendabel maken van vermogensbestanddelen – daaronder begrepen de schulden die rechtstreeks samenhangen met die vermogensbestanddelen – door deze vermogensbestanddelen al dan niet tegen vergoeding rechtens dan wel in feite, direct of indirect ter beschikking te stellen aan een met de belastingplichtige verbonden persoon, voorzover die vermogensbestanddelen door die persoon worden aangewend voor het behalen van belastbare winst uit onderneming of belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden;
het rendabel maken van vermogensbestanddelen – daaronder begrepen de schulden die rechtstreeks samenhangen met die vermogensbestanddelen – voorzover deze vermogensbestanddelen al dan niet tegen vergoeding rechtens dan wel in feite, direct of indirect ter beschikking worden gesteld ten behoeve van een samenwerkingsverband waarvan een met de belastingplichtige verbonden persoon die daarbij belastbare winst uit onderneming of belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden geniet, deel uitmaakt;
het rendabel maken van vermogen op een wijze die normaal, actief vermogensbeheer te buiten gaat, zoals bij het uitponden van onroerende zaken, het in belangrijke mate door de belastingplichtige zelf verrichten van groot onderhoud of andere aanpassingen aan een zaak, of het aanwenden door de belastingplichtige van voorkennis of daarmee vergelijkbare bijzondere vormen van kennis.
Voor de toepassing van dit artikel en de daarop berustende bepalingen wordt:
met het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen aan een in het eerste lid bedoelde persoon of ten behoeve van een daar bedoeld samenwerkingsverband gelijkgesteld:
het aangaan of het hebben van een schuldvordering alsmede het aangaan of het hebben van rechten uit een spaarovereenkomst of uit een daarmee verwante overeenkomst op een in dat lid bedoelde persoon of bedoeld samenwerkingsverband;
het sluiten van een overeenkomst van levensverzekering of het hebben van rechten uit een overeenkomst van levensverzekering waarbij de in dat lid bedoelde persoon of bedoeld samenwerkingsverband als verzekeraar optreedt behoudens voorzover de uitkeringen uit die rechten anders in aanmerking zouden worden genomen als een periodieke uitkering of verstrekking als bedoeld in afdeling 3.5;
het vestigen of het hebben van een genotsrecht op een vermogensbestanddeel dat ter beschikking is gesteld aan een in dat lid bedoelde persoon of ten behoeve van een in dat lid bedoeld samenwerkingsverband;
het overeenkomen of het hebben van een recht een vermogensbestanddeel dat ter beschikking is gesteld aan een in dat lid bedoelde persoon of ten behoeve van een in dat lid bedoeld samenwerkingsverband, te verwerven;
het verkrijgen of het hebben van een recht of een verplichting een vermogensbestanddeel te verwerven van een in dat lid bedoelde persoon of bedoeld samenwerkingsverband indien de daar tegenover staande verplichting onderscheidenlijk het daar tegenover staande recht tot diens vermogen van een onderneming of tot diens resultaat uit een werkzaamheid behoort;
het verkrijgen of het hebben van een recht of een verplichting een vermogensbestanddeel te vervreemden aan een in dat lid bedoelde persoon of bedoeld samenwerkingsverband indien de daar tegenover staande verplichting onderscheidenlijk het daar tegenover staande recht tot diens vermogen van een onderneming of tot diens resultaat uit een werkzaamheid behoort;
onder een met de belastingplichtige verbonden persoon verstaan:
de partner van de belastingplichtige;
de minderjarige kinderen van de belastingplichtige of zijn partner;
indien de belastingplichtige minderjarig is, onder een met de belastingplichtige verbonden persoon mede verstaan: een bloed- of aanverwant in de eerste graad van de opgaande lijn en degene die onder een met die bloed- of aanverwant verbonden persoon als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, wordt verstaan;
een vergoeding voor het aangaan van borgtocht voor schulden betreffende een onderneming, werkzaamheid of samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid, aangemerkt als een voordeel uit het ter beschikking stellen van een vermogensbestanddeel;
onder rechten als bedoeld in onderdeel a, onder 4°, 5° en 6° mede verstaan: rechten waarvan de waarde direct of indirect verband houdt met de waardeverandering van een vermogensbestanddeel of met de wijziging van een factor, zoals de rentestand;
onder verplichtingen als bedoeld in onderdeel a, onder 5° en 6°, mede verstaan: verplichtingen waarvan de waarde direct of indirect verband houdt met de waardeverandering van een vermogensbestanddeel of met de wijziging van een factor, zoals de rentestand.
Op dezelfde wijze als het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen aan een met de belastingplichtige verbonden persoon wordt behandeld het ter beschikking stellen aan een niet onder het tweede lid, onderdeel b, begrepen bloed- of aanverwant in de rechte lijn van de belastingplichtige of van zijn partner, indien het een in het maatschappelijke verkeer ongebruikelijke terbeschikkingstelling is. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de toepassing van dit lid, waaronder regels of sprake is van een in het maatschappelijk verkeer ongebruikelijke terbeschikkingstelling.