Dutch Legislation

Article 2

in force

General provisions

European Works Councils Act · Chapter 1 · In force since 2011-11-15

Source
1.

In this Act, parent undertaking shall be understood to mean: the undertaking which, within a Community group, can directly or indirectly exercise a dominant influence over another undertaking and which is not itself an undertaking over which a dominant influence is exercised directly or indirectly by another undertaking. An undertaking shall, unless the contrary is proven, be presumed to be a parent undertaking if it:

a.

can appoint more than half of the members of the administrative body or of the management or supervisory body of the other enterprise, or

b.

can exercise more than half of the voting rights in the general meeting of the other enterprise or

c.

provides the majority of the issued capital of the other enterprise.

2.

For the application of the first paragraph, the rights of the parent company with regard to capital, voting rights and appointment shall also include:

a.

the corresponding rights of other undertakings over which it exercises a dominant influence;

b.

the corresponding rights of persons or bodies acting in their own name but for the account of the parent company or of one or more of its group companies.

3.

For the application of the first paragraph, the rights with regard to the capital and the voting rights shall not be attributed to an enterprise if it holds these for the account of others.

4.

For the application of the first paragraph, voting rights attached to pledged shares shall be attributed to the pledgee if he is entitled to determine how the rights are exercised. However, if the shares are pledged as security for a loan granted by the pledgee in the ordinary course of his business, the voting rights shall only be attributed to him if he has exercised them in his own interest.

5.

No parent undertaking is an undertaking as referred to in Article 3(5)(a) or (c) of Council Regulation (EC) No 139/2004 of 20 January 2004 on the control of concentrations between undertakings (OJ EC 2004 L 24).

6.

The law applicable to an undertaking shall determine whether that undertaking is a parent undertaking as referred to in the first paragraph. If that law is not the law of a concerned state, this shall be determined by the law applicable to the group undertaking, whose management represents the parent undertaking by virtue of Article 1, third paragraph.

7.

If more than one enterprise of a group meets one or more of the criteria of the first paragraph,

a.

the enterprise that meets the criterion referred to in the first paragraph, point (a), shall be designated as the parent company, whereby the right of appointment with regard to the management body shall take precedence;

b.

if the application of point (a) does not lead to the designation of one enterprise as the parent company, the criterion referred to in paragraph 1, point (b), shall take precedence over that referred to in paragraph 1, point (c);

all this without prejudice to the evidence that another undertaking may exercise a dominant influence.

1.

In deze wet wordt onder moederonderneming verstaan: de onderneming die binnen een communautaire groep direct of indirect een overheersende zeggenschap kan uitoefenen op een andere onderneming en die zelf geen onderneming is waarover door een andere onderneming direct of indirect een overheersende zeggenschap wordt uitgeoefend. Een onderneming wordt, tenzij het tegendeel blijkt, vermoed moederonderneming te zijn, indien zij:

a.

meer dan de helft van de leden van het bestuursorgaan of van het leidinggevend dan wel toezichthoudend orgaan van de andere onderneming kan benoemen, of

b.

meer dan de helft van de stemrechten in de algemene vergadering van de andere onderneming kan uitoefenen of

c.

de meerderheid van het geplaatste kapitaal van de andere onderneming verschaft.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid worden onder de rechten van de moederonderneming ten aanzien van het kapitaal, het stemrecht en de benoeming mede begrepen:

a.

de overeenkomstige rechten van andere ondernemingen waarop zij overheersende zeggenschap uitoefent;

b.

de overeenkomstige rechten van personen of organen die handelen onder eigen naam doch voor rekening van de moederonderneming of van een of meer van haar groepsondernemingen.

3.

Voor de toepassing van het eerste lid worden de rechten ten aanzien van het kapitaal en het stemrecht niet toegerekend aan een onderneming, indien zij deze voor rekening van anderen houdt.

4.

Voor de toepassing van het eerste lid worden stemrechten, verbonden aan verpande aandelen, toegerekend aan de pandhouder, indien hij mag bepalen hoe de rechten worden uitgeoefend. Zijn de aandelen evenwel verpand voor een lening die de pandhouder heeft verstrekt in de gewone uitoefening van zijn bedrijf, dan worden de stemrechten hem slechts toegerekend, indien hij deze in eigen belang heeft uitgeoefend.

5.

Geen moederonderneming is een onderneming als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, onder a. of c. van Verordening (EG) 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PbEG 2004 L 24).

6.

Het recht dat op een onderneming van toepassing is, bepaalt of die onderneming een moederonderneming is als bedoeld in het eerste lid. Indien dat recht niet het recht van een betrokken staat is, wordt dat bepaald door het recht dat van toepassing is op de groepsonderneming, waarvan het bestuur de moederonderneming vertegenwoordigt krachtens artikel 1, derde lid.

7.

Indien meer ondernemingen van een groep aan een of meer criteria van het eerste lid voldoen,

a.

wordt de onderneming die voldoet aan het criterium, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a aangemerkt als moederonderneming, waarbij het benoemingsrecht met betrekking tot het leidinggevend orgaan voorrang heeft;

b.

heeft, indien toepassing van onderdeel a niet leidt tot aanmerking van één onderneming als moederonderneming, het criterium, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, voorrang boven dat, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c;

een en ander onverminderd het bewijs dat een andere onderneming een overheersende invloed kan uitoefenen.