Article 3c
in forceFor the purposes of this Article, hereditary disorder means: a disorder in respect of which it follows from a professional standard, as referred to in the Healthcare Quality, Complaints and Disputes Act (Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg), that persons with a risk of a hereditary predisposition for that disorder must be informed thereof.
A physician who is employed in an institution licensed under the Special Medical Procedures Act (Wet op bijzondere medische verrichtingen) for the performance of clinical genetic research and genetic counseling as referred to in Article 1, part h, of the Regulation on the Designation of Special Medical Procedures, and who has established that a hereditary disorder exists in respect of a person who is a donor as referred to in this Act, shall notify the Board thereof.
Following the notification referred to in the second paragraph, the Board shall provide the physician with the personal identifying data of the person conceived by and as a result of artificial donor insemination using the gametes of the donor concerned, if the Board possesses those data due to a previously submitted petition as referred to in this paragraph, and, where applicable, the personal identifying data of the donor. If the Board does not possess the data of the person conceived by and as a result of artificial donor insemination using the gametes of the donor concerned, it shall provide the physician with the personal identifying data of the woman upon whom artificial donor insemination was performed using the gametes of the donor concerned, in order to enable the physician to comply with the professional standard referred to in the first paragraph.
The Board shall inform the practitioner or practitioners who have used the gametes of the donor in respect of whom the notification has been made, of the notification concerned.
In dit artikel wordt verstaan onder erfelijke aandoening: een aandoening ter zake waarvan uit een professionele standaard als bedoeld in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, voortvloeit dat personen met een risico op erfelijke aanleg voor die aandoening daarover dienen te worden geïnformeerd.
Een arts die werkzaam is in een instelling met een vergunning krachtens de Wet op bijzondere medische verrichtingen voor het verrichten van klinisch genetisch onderzoek en erfelijkheidsadvisering als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Regeling aanwijzing bijzondere medische verrichtingen, en die geconstateerd heeft dat ten aanzien van een persoon die een donor als bedoeld in deze wet is, sprake is van een erfelijke aandoening, doet hiervan mededeling aan het College.
Naar aanleiding van de in het tweede lid bedoelde mededeling verstrekt het College aan de arts de persoonsidentificerende gegevens van degene die is verwekt door en ten gevolge van kunstmatige donorbevruchting waarbij gebruik is gemaakt van de geslachtscellen van de betreffende donor, indien het College over die gegevens beschikt vanwege een eerder ingediend verzoek als bedoeld in deze paragraaf, en indien aan de orde de persoonsidentificerende gegevens van de donor. Indien het College niet over de gegevens beschikt van degene die is verwekt door en ten gevolge van kunstmatige donorbevruchting waarbij gebruik is gemaakt van de geslachtscellen van de betreffende donor, verstrekt het aan de arts de persoonsidentificerende gegevens van de vrouw bij wie kunstmatige donorbevruchting heeft plaatsgevonden met gebruikmaking van de geslachtscellen van de betreffende donor om de arts in staat te stellen te kunnen voldoen aan de in het eerste lid bedoelde professionele standaard.
Het College informeert de verrichter of verrichters die gebruik hebben gemaakt van de geslachtscellen van de donor ten aanzien van wie de mededeling is gedaan, over de betreffende mededeling.