Article 1b
in forceFor the purpose of obtaining the donor code, as referred to in Article 1a, paragraph a, the practitioner shall provide the Board with:
the surname, given names, date of birth and place of residence of the donor and the type of donation,
the citizen service number (burgerservicenummer) of the donor, unless no citizen service number has been assigned to the donor pursuant to the Citizen Service Number (General Provisions) Act (Wet algemene bepalingen burgerservicenummer), and
the maximum number of mother codes to be linked to the donor code as determined by the donor, if that number is lower than the statutory maximum number of mother codes.
Simultaneously with the provision referred to in paragraph 1, the performer shall provide to the Board:
the number of mother codes linked to the donor code that the practitioner wishes to reserve, if that number is lower than the statutory maximum number of mother codes or the lower maximum number determined by the donor, or
for the purpose of obtaining a mother code linked to the donor code that has already been assigned to a woman, the surname, first names, date of birth and citizen service number of that woman, unless no citizen service number has been assigned to the woman pursuant to the Citizen Service Number (General Provisions) Act (Wet algemene bepalingen burgerservicenummer).
The practitioner shall inform the donor of the provision of data referred to in the first paragraph.
Ten behoeve van het verkrijgen van de donorcode, bedoeld in artikel 1a, onderdeel a, verstrekt de verrichter aan het College:
de geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum en woonplaats van de donor en het type donatie,
het burgerservicenummer van de donor, tenzij aan de donor geen burgerservicenummer is toegekend krachtens de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, en
het door de donor bepaalde maximumaantal aan de donorcode te koppelen moedercodes, indien dat aantal lager is dan het wettelijk maximumaantal moedercodes.
Gelijktijdig met de verstrekking, bedoeld in het eerste lid, verstrekt de verrichter aan het College:
het aantal aan de donorcode gekoppelde moedercodes dat de verrichter wenst te reserveren, indien dat aantal lager is dan het wettelijk maximumaantal moedercodes dan wel het door de donor bepaalde lagere maximumaantal, of
ten behoeve van het verkrijgen van een aan de donorcode gekoppelde moedercode die reeds aan een vrouw is toegekend, de geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum en burgerservicenummer van die vrouw, tenzij aan de vrouw geen burgerservicenummer is toegekend krachtens de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer.
De verrichter stelt de donor op de hoogte van de gegevensverstrekking, bedoeld in het eerste lid.