Article 2
in forceTransfer tax · Taxable event
Under the name 'transfer tax' (overdrachtsbelasting), a tax shall be levied in respect of the acquisition of immovable property situated in the Netherlands or of rights to which such property is subject.
For the purposes of this Act, acquisition shall also include the acquisition of the economic ownership. Economic ownership is understood to mean a set of rights and obligations relating to the immovable property referred to in the first paragraph or rights to which such property is subject, which represents an interest in said property or rights. The interest comprises at least some risk of change in value and accrues to a person other than the owner or the holder of a limited right. The acquisition of the economic ownership of immovable property or of rights to which such property is subject shall also include the acquisition of a set of rights and obligations that represents an interest as referred to above in a component of an immovable property that can independently be subject to a right, or in a right to which an immovable property can be subject.
The following shall not be regarded as an acquisition of economic ownership:
the acquisition of solely the right to delivery;
the acquisition of the right to delivery of a dwelling by a natural person in combination with access to that dwelling or the permission to perform or have performed any work in or to the dwelling prior to the acquisition of that dwelling, as referred to in the first paragraph, provided that:
the acquisition of the dwelling, referred to in the first paragraph, takes place within six months after the acquisition of the right to that access or that permission; and
the rate referred to in Article 14, paragraph 2, or the exemption referred to in Article 15, paragraph 1, point p, is applicable to the acquisition of the dwelling.
For the application of the third paragraph, "dwelling" shall also include: rights to which a dwelling is subject, membership rights as referred to in Article 4, paragraph 1, point (b), insofar as these relate to a dwelling, and the appurtenances belonging to that dwelling.
The second paragraph does not apply to the acquisition of participation rights in:
an investment fund;
a collective investment undertaking in transferable securities;
as referred to in Article 1:1 of the Financial Supervision Act (Wet op het financieel toezicht).
The fifth paragraph shall not apply if:
the acquirer, whether or not together with an affiliated entity as referred to in Article 4, paragraph 6 or 7, or an affiliated natural person as referred to in Article 4, paragraph 8;
the acquirer is a natural person together with his spouse, his lineal relatives by blood or affinity, and his collateral relatives by blood or affinity in the second degree;
as a result of the acquisition, including the participation rights already belonging to him and the rights to be acquired pursuant to the same or a related agreement, has an interest of at least one-third in the investment fund or the collective investment scheme in securities.
For the application of the fifth paragraph, acquisitions within a period of two years by:
a natural person, his spouse, his blood relatives and relatives by affinity in the direct line, and by an entity in which he, whether or not together with his spouse and his blood relatives and relatives by affinity in the direct line, holds a full or virtually full interest;
a legal person and by an entity belonging to the same group as defined pursuant to Article 15, paragraph 1, point (h);
deemed to have taken place pursuant to the same or a related agreement.
The acquisition of rights as referred to in the fifth paragraph shall also include the acquisition of the economic ownership by existing participants in an investment fund or a collective investment scheme in securities as a result of the cancellation of participation certificates following the full or partial withdrawal by another participant.
For the purposes of this article, bodies shall be understood to mean associations, other legal entities, partnerships (maat- en vennootschappen) and special purpose funds (doelvermogens).
Onder de naam 'overdrachtsbelasting' wordt een belasting geheven ter zake van de verkrijging van in Nederland gelegen onroerende zaken of van rechten waaraan deze zijn onderworpen.
Voor de toepassing van deze wet wordt onder verkrijging mede begrepen de verkrijging van de economische eigendom. Onder economische eigendom wordt verstaan een samenstel van rechten en verplichtingen met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde onroerende zaken of rechten waaraan deze zijn onderworpen, dat een belang bij die zaken of rechten vertegenwoordigt. Het belang omvat ten minste enig risico van waardeverandering en komt toe aan een ander dan de eigenaar of beperkt gerechtigde. Onder de verkrijging van de economische eigendom van onroerende zaken of van rechten waaraan deze zijn onderworpen wordt mede verstaan de verkrijging van een samenstel van rechten en verplichtingen dat een belang als hiervoor bedoeld vertegenwoordigt bij een bestanddeel van een onroerende zaak dat zelfstandig aan een recht kan worden onderworpen, dan wel bij een recht waaraan een onroerende zaak kan worden onderworpen.
Als verkrijging van economische eigendom wordt niet aangemerkt:
de verkrijging van uitsluitend het recht op levering;
de verkrijging van het recht op levering van een woning door een natuurlijk persoon in combinatie met de toegang tot die woning of de toestemming om enige werkzaamheden in of aan de woning te verrichten of te laten verrichten voorafgaande aan de verkrijging van die woning, bedoeld in het eerste lid, mits:
de verkrijging van de woning, bedoeld in het eerste lid, plaatsvindt binnen zes maanden na de verkrijging van het recht op die toegang of die toestemming; en
op de verkrijging van de woning het tarief, bedoeld in artikel 14, tweede lid, of de vrijstelling, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel p, van toepassing is.
Voor de toepassing van het derde lid wordt onder «woning» mede verstaan: rechten waaraan een woning is onderworpen, rechten van lidmaatschap als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, voor zover deze betrekking hebben op een woning, en de tot die woning behorende aanhorigheden.
Het tweede lid is niet van toepassing bij verkrijging van rechten van deelneming in:
een beleggingsfonds;
een fonds voor collectieve belegging in effecten;
als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.
Het vijfde lid is niet van toepassing indien:
de verkrijger, al dan niet tezamen met een verbonden lichaam als bedoeld in artikel 4, zesde of zevende lid, of een verbonden natuurlijk persoon als bedoeld in artikel 4, achtste lid;
de verkrijger een natuurlijk persoon is tezamen met zijn echtgenoot, zijn bloed- en aanverwanten in de rechte linie en in de tweede graad van de zijlinie;
als gevolg van de verkrijging met inbegrip van de reeds aan hem toebehorende rechten van deelneming en ingevolge dezelfde of een samenhangende overeenkomst nog te verkrijgen rechten, voor ten minste een derde gedeelte belang in het beleggingsfonds of het fonds voor collectieve belegging in effecten heeft.
Voor toepassing van het vijfde lid worden verkrijgingen binnen een tijdsverloop van twee jaren door:
een natuurlijk persoon, zijn echtgenoot, zijn bloed- en aanverwanten in de rechte linie en door een lichaam waarin hij, al dan niet tezamen met zijn echtgenoot en zijn bloed- en aanverwanten in de rechte linie, een geheel of nagenoeg geheel belang heeft;
een rechtspersoon en door een tot hetzelfde concern als gedefinieerd krachtens artikel 15, eerste lid, onderdeel h, behorend lichaam;
beschouwd als te hebben plaatsgehad ingevolge dezelfde of een samenhangende overeenkomst.
Onder verkrijging van rechten als bedoeld in het vijfde lid wordt mede begrepen de verkrijging van de economische eigendom door bestaande deelnemers in een beleggingsfonds of fonds voor collectieve beleggingen in effecten als gevolg van de intrekking van bewijzen van deelgerechtigdheid na gehele of gedeeltelijke uittreding door een andere deelnemer.
Voor de toepassing van dit artikel worden onder lichamen verstaan verenigingen, andere rechtspersonen, maat- en vennootschappen en doelvermogens.