Article 25
in forceUnemployment benefit · § Enforcement of the right to maintenance
The employee is obliged to communicate to the UWV, upon its request or without delay on his own initiative, all facts and circumstances of which it must reasonably be clear to him that they may affect the right to benefit, the assertion of the right to benefit, the amount or the duration of the benefit, or the amount of the benefit that is paid to the employee. This obligation does not apply insofar as a right to benefit cannot be asserted as a result of a permanent total refusal. This obligation equally does not apply if those facts and circumstances can be established by the UWV on the basis of data designated as authentic by statutory provision or can be obtained from administrative records to be designated by ministerial regulation. It is determined by ministerial regulation to which data the third sentence applies.
The first paragraph applies mutatis mutandis to the employer of the employee referred to in Article 18, paragraph 1, if the payment of the benefit referred to in Article 18, paragraph 1, is effected through his intervention.
De werknemer is verplicht aan het UWV op zijn verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mede te delen, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering, of op het bedrag van de uitkering dat aan de werknemer wordt betaald. Deze verplichting geldt niet, voor zover een recht op uitkering niet geldend kan worden gemaakt als gevolg van een blijvend gehele weigering. Deze verplichting geldt evenmin indien die feiten en omstandigheden door het UWV kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij ministeriële regeling wordt bepaald voor welke gegevens de derde zin van toepassing is.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de werkgever van de in artikel 18, eerste lid, bedoelde werknemer indien de betaling van de uitkering, bedoeld in artikel 18, eerste lid, geschiedt door zijn tussenkomst.