Article 174c
in forceAdministrative enforcement · § Administrative fine
Without prejudice to Article 174b, Our Minister may, in connection with the market surveillance referred to in Article 158a, impose an administrative fine on any person who acts in violation of the obligations and prohibitions set out in the articles of an EU regulation or directive referred to in or pursuant to Article 29 in connection with the approval of motor vehicles, or in violation of the obligations and prohibitions referred to in or pursuant to Articles 25, 27, 29a, 30, 30a, 34, 34a and 35.
The administrative fine that may be imposed for a violation of Article 34 or Article 34a shall be equal to a maximum of a fine of the second category, as referred to in Article 23, paragraph 4, of the Criminal Code.
The administrative fine that may be imposed for a violation of the articles of an EU regulation referred to in or pursuant to Article 29, paragraph 2, in connection with the type-approval of motor vehicles, or Article 30, paragraph 2, shall be equal to a maximum of a fine of the third category, as referred to in Article 23, paragraph 4, of the Criminal Code.
The administrative fine that may be imposed for a violation of the articles of an EU regulation or directive referred to in or pursuant to Article 29, paragraph 1, in connection with the type-approval of motor vehicles, or Article 30, paragraph 1, shall be equal to a maximum of a fine of the fourth category, as referred to in Article 23, paragraph 4, of the Criminal Code.
The administrative fine that may be imposed for a violation of the articles of an EU regulation or directive referred to in or pursuant to Article 29, paragraph 3, in connection with the type-approval of motor vehicles, or of Articles 25, 27, 29a, 30, paragraph 3, or 35, shall be equal to at most a fine of the fifth category, as referred to in Article 23, paragraph 4, of the Criminal Code.
The administrative fine to be imposed may be increased by a maximum of 50% if, within a period of 48 months, a fine has been imposed and has become irrevocable twice for the same offence, each separately within a period of a maximum of 24 months preceding that offence.
Onverminderd 174b kan Onze Minister in verband met het markttoezicht, bedoeld in artikel 158a, aan degene die handelt in strijd met de verplichtingen en verboden in de bij of krachtens artikel 29 genoemde artikelen van een EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen, of met de bij of krachtens de in de artikelen 25, 27, 29a, 30, 30a, 34, 34a en 35 bedoelde verplichtingen en verboden, een bestuurlijke boete opleggen.
De bestuurlijke boete die voor een overtreding van artikel 34 of artikel 34a kan worden opgelegd, komt overeen met ten hoogste een boete van de tweede categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De bestuurlijke boete die voor een overtreding van de bij of krachtens artikel 29, tweede lid, genoemde artikelen van een EU-verordening in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen of artikel 30, tweede lid, kan worden opgelegd, komt overeen met ten hoogste een boete van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De bestuurlijke boete die voor een overtreding van de bij of krachtens artikel 29, eerste lid, genoemde artikelen van een EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen of artikel 30, eerste lid, kan worden opgelegd, komt overeen met ten hoogste een boete van de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De bestuurlijke boete die voor een overtreding van de bij of krachtens artikel 29, derde lid, genoemde artikelen van een EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen, of de artikelen 25, 27, 29a, 30, derde lid, of 35 kan worden opgelegd, komt overeen met ten hoogste een boete van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De op te leggen bestuurlijke boete kan met maximaal 50% worden verhoogd, indien binnen een periode van 48 maanden tweemaal voor een zelfde feit, elk afzonderlijk in een periode van maximaal 24 maanden voorafgaand aan dat feit, een boete is opgelegd en onherroepelijk is geworden.