Article 170
in forceAdministrative enforcement · § Administrative enforcement order
The authority of the mayor and aldermen to impose an administrative enforcement order as referred to in Article 125 of the Municipalities Act includes the authority to remove and impound a vehicle standing on a road, if a regulation established by or pursuant to this Act is being violated with the vehicle and, furthermore, removal of the vehicle is necessary in connection with
the interest of road safety, or
the interest of the freedom of movement, or
keeping designated road sections and roads clear.
Articles 5:24, 5:25, paragraphs two up to and including four, 5:29, paragraph five, 5:30, paragraph three, and 5:31 of the General Administrative Law Act (Algemene wet bestuursrecht) shall not apply. In the application of Article 5:25 of the General Administrative Law Act (Algemene wet bestuursrecht), the entitled party who collects the vehicle shall be substituted for the offender. For the application of Article 5:30 of the General Administrative Law Act (Algemene wet bestuursrecht), the circumstance that a vehicle has not been collected shall be equated with the circumstance that the vehicle cannot be returned.
The mayor and aldermen shall regularly consult with the public prosecutor regarding the exercise of the power referred to in the first paragraph.
The mayor and aldermen shall ensure that a record is kept in a register established for that purpose of the cases in which the authority referred to in the first paragraph is exercised.
For the application of the first paragraph, the term 'entitled party' (rechthebbende) shall be understood to mean: the person who is either the owner of the vehicle or who, other than as a possessor, had the vehicle in their use at the time of the infringement. Article 1, paragraph 2, does not apply in this regard.
The authority referred to in the first paragraph shall not be exercised if the entitled party removes the vehicle before the commencement of the removal. In that case, he shall be liable for the costs associated with the preparation of the removal. Articles 4:116, 4:118 up to and including 4:124, and 5:10 of the General Administrative Law Act (Algemene wet bestuursrecht) shall apply mutatis mutandis.
Tot de bevoegdheid van burgemeester en wethouders tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 125 van de Gemeentewet, behoort de bevoegdheid tot het overbrengen en in bewaring stellen van een op een weg staand voertuig, indien met het voertuig een bij of krachtens deze wet vastgesteld voorschrift wordt overtreden en bovendien verwijdering van het voertuig noodzakelijk is in verband met
het belang van de veiligheid op de weg, of
het belang van de vrijheid van het verkeer, of
het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen.
De artikelen 5:24, 5:25, tweede tot en met vierde lid, 5:29, vijfde lid, 5:30, derde lid, en 5:31 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing. Bij de toepassing van artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht treedt de rechthebbende die het voertuig afhaalt, in de plaats van de overtreder. Voor de toepassing van artikel 5:30 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de omstandigheid dat een voertuig niet is afgehaald, gelijkgesteld met de omstandigheid dat het voertuig niet kan worden teruggegeven.
Burgemeester en wethouders plegen regelmatig overleg met de officier van justitie over de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid.
Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat in een daartoe aangelegd register aantekening wordt gehouden van de gevallen waarin de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid wordt uitgeoefend.
Bij toepassing van het eerste lid wordt onder rechthebbende verstaan: degene die ofwel eigenaar is van het voertuig ofwel anders dan als bezitter het voertuig ten tijde van de overtreding ten gebruike onder zich had. Hierbij geldt artikel 1, tweede lid, niet.
De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid wordt niet uitgeoefend, indien de rechthebbende het voertuig verwijdert voordat met de overbrenging een aanvang wordt gemaakt. Hij is alsdan de kosten verbonden aan de voorbereiding van de overbrenging, verschuldigd. De artikelen 4:116, 4:118 tot en met 4:124, en 5:10 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.