Dutch Legislation

Article 4auh

in force

Recognition of companies for the performance of acts relating to the registration of data in the vehicle registration register, the manufacture or registration of license plates, the inspection of vehicles, or the installation of parts or devices in vehicles

Road Traffic Act 1994 · Chapter IBA · In force since 2026-01-01

Source
1.

The Netherlands Vehicle Authority (RDW) shall revoke a basic authorisation:

a.

if the holder of the recognition so requests;

b.

if the data provided for the purpose of obtaining a basic recognition prove to be so incorrect or incomplete that a different decision would have been taken on the application had the correct circumstances been fully known at the time of its assessment;

c.

if the holder of the recognition does not submit a certificate of conduct in accordance with Article 4auc;

d.

in the case and under the conditions referred to in Article 3 of the Public Administration (Probity Screening) Act (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur); or

e.

if the recognition holder no longer holds recognition for specific acts.

2.

Before the Netherlands Vehicle Authority (Dienst Wegverkeer) applies the first paragraph, preamble and point (d), it may request an advice as referred to in Article 9 of the Act on the promotion of integrity assessments by public administration (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) from the Agency for the promotion of integrity assessments by public administration (Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur), as referred to in Article 8 of that Act.

3.

A recognition for specific acts shall lapse if the basic recognition has been revoked.

4.

Paragraph 1, preamble and points (a) and (b), shall apply mutatis mutandis to recognitions for specific acts.

5.

The Netherlands Vehicle Authority (Dienst Wegverkeer) shall revoke an authorisation as referred to in Article 4aue if:

a.

the person to whom the authority has been granted petitions for this; or

b.

the data provided with a view to obtaining the authorisation prove to be so incorrect or incomplete that a different decision would have been taken on the application if the correct circumstances had been fully known at the time of its assessment.

6.

The Netherlands Vehicle Authority (Dienst Wegverkeer) may revoke or amend a basic authorisation, an authorisation for specific acts, or an authority as referred to in Article 4aue if the authorisation holder or authorised person does not or no longer meets the requirements for the authorisation or authority, or fails to comply with the conditions attached to the authorisation or authority, or fails to comply with the obligations arising from the authorisation or authority, or acts in contravention thereof.

7.

The Netherlands Vehicle Authority (Dienst Wegverkeer) may, before applying the first paragraph, preamble and parts (c) and (d), or the sixth paragraph, suspend a basic recognition, a recognition for specific acts, or an authorisation as referred to in Article 4aue for a period to be determined by it of at most twelve weeks. If a basic recognition is suspended, the recognitions for specific acts of the recognition holder shall be suspended for the same period.

8.

Upon the revocation of a basic recognition, recognition for specific acts, or authorisation as referred to in Article 4aue, the Netherlands Vehicle Authority (Dienst Wegverkeer) may determine that a waiting period of no more than 30 months shall apply to the application for a basic recognition, recognition for specific acts, or authorisation.

1.

De Dienst Wegverkeer trekt een basiserkenning in:

a.

indien de erkenninghouder daarom verzoekt;

b.

indien de gegevens die met het oog op de verkrijging van een basiserkenning zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;

c.

indien de erkenninghouder geen verklaring omtrent het gedrag overlegt overeenkomstig artikel 4auc;

d.

in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; of

e.

indien de erkenninghouder geen erkenning voor specifieke handelingen meer heeft.

2.

Voordat de Dienst Wegverkeer toepassing geeft aan het eerste lid, aanhef en onderdeel d, kan hij het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet vragen.

3.

Een erkenning voor specifieke handelingen vervalt indien de basiserkenning is ingetrokken.

4.

Het eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, is van overeenkomstige toepassing op erkenningen voor specifieke handelingen.

5.

De Dienst Wegverkeer trekt een bevoegdheid als bedoeld in artikel 4aue in indien:

a.

de degene aan wie de bevoegdheid is verleend daarom verzoekt; of

b.

de gegevens die met het oog op de verkrijging van de bevoegdheid zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest.

6.

De Dienst Wegverkeer kan een basiserkenning, erkenning voor specifieke handelingen of bevoegdheid als bedoeld in artikel 4aue intrekken of wijzigen indien de erkenninghouder of bevoegde persoon niet of niet meer voldoet aan de eisen voor de erkenning of bevoegdheid of aan de erkenning of bevoegdheid verbonden voorwaarden of uit de erkenning of bevoegdheid voortvloeiende verplichtingen niet nakomt of in strijd daarmee handelt.

7.

De Dienst Wegverkeer kan voordat toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, aanhef en onderdelen c en d, of het zesde lid, een basiserkenning, erkenning voor specifieke handelingen of bevoegdheid als bedoeld in artikel 4aue schorsen voor een door hem daarbij vast te stellen termijn van ten hoogste twaalf weken. Indien een basiserkenning wordt geschorst, worden de erkenningen voor specifieke handelingen van de erkenninghouder voor dezelfde termijn geschorst.

8.

Bij de intrekking van een basiserkenning, erkenning voor specifieke handelingen of bevoegdheid als bedoeld in artikel 4aue kan de Dienst Wegverkeer bepalen dat een wachttijd geldt voor het aanvragen van een basiserkenning, erkenning voor specifieke handelingen of bevoegdheid van ten hoogste 30 maanden.