Article 2
in forceThe States Parties to the present Convention condemn discrimination against women in all its forms, agree to pursue by all appropriate means and without delay a policy of eliminating discrimination against women and, to this end, undertake:
to embody the principle of the equality of men and women in their national constitutions or other appropriate legislation if not yet incorporated therein and to ensure, through law and other appropriate means, the practical realisation of this principle;
to adopt appropriate legislative and other measures, including sanctions where appropriate, prohibiting all discrimination against women;
to establish legal protection of the rights of women on an equal basis with men and to ensure, through competent national courts and other public institutions, the effective protection of women against any act of discrimination;
to refrain from engaging in any act or practice of discrimination, whether isolated or continuous, against women and to ensure that public authorities and institutions shall act in conformity with this obligation;
to take all appropriate measures to eliminate discrimination against women by any person, organisation or enterprise;
to take all appropriate measures, including legislation, to modify or abolish existing laws, regulations, customs and practices which constitute discrimination against women;
to repeal all national penal provisions which constitute discrimination against women.
De Staten die partij zijn bij dit Verdrag, veroordelen discriminatie in alle vormen van vrouwen, komen overeen onverwijld met alle passende middelen een beleid te volgen, gericht op uitbanning van discriminatie van vrouwen, en verbinden zich tot dit doel:
het beginsel van gelijkheid van mannen en vrouwen in hun nationale grondwet of in andere geëigende wetgeving op te nemen, indien dit nog niet is geschied, en de praktische verwezenlijking van dit beginsel door middel van wetgeving of met andere passende middelen te verzekeren;
passende wettelijke en andere maatregelen te treffen, met inbegrip van - waar nodig - sancties, waarin alle discriminatie van vrouwen wordt verboden;
wettelijke bescherming in te voeren van de rechten van vrouwen op gelijke voet met mannen en door middel van bevoegde nationale rechterlijke instanties en andere overheidsinstellingen de daadwerkelijke bescherming van vrouwen tegen elke vorm van discriminatie te verzekeren;
zich te onthouden van ieder discriminerend handelen, eenmalig of voortdurend, jegens vrouwen en te verzekeren dat de overheidsorganen en -instellingen handelen overeenkomstig deze verplichting;
alle passende maatregelen te nemen om discriminatie van vrouwen door personen, organisaties of ondernemingen uit te bannen;
alle passende maatregelen, waaronder wetgevende, te nemen om bestaande wetten, voorschriften, gebruiken en praktijken, die discriminatie van vrouwen inhouden, te wijzigen of in te trekken, onderscheidenlijk af te schaffen;
alle nationale strafbepalingen die discriminatie van vrouwen inhouden, in te trekken.