Dutch Legislation

Article 10

in force

Convention on the Elimination of All Forms of Discrimination against Women (CEDAW) · In force since 1991-08-22

Source

The States Parties to this Convention shall take all appropriate measures to eliminate discrimination against women in order to ensure to them equal rights with men in the field of education and training and in particular to ensure, on a basis of equality of men and women:

(a).

the same opportunities for vocational guidance, for access to studies and for the achievement of diplomas in educational establishments of all categories in rural as well as in urban areas; this equality shall be ensured in pre-school, general, technical, professional and higher technical education, as well as in all types of vocational training;

(b).

access to the same curricula, the same examinations, to teaching by staff with qualifications of the same standard, and to school premises and equipment of the same quality;

(c).

the elimination of any stereotyped concept of the roles of men and women at all levels and in all forms of education by encouraging coeducation and other types of education which will help to achieve this objective and, in particular, by the revision of textbooks and school programmes and the adaptation of teaching methods;

(d).

the same possibilities to make use of scholarships and other study grants;

(e).

the same opportunities for access to programmes of continuing education, including adult and functional literacy programmes, particularly those aimed at reducing, at the earliest possible date, any gap in education existing between men and women;

(f).

reduction in the number of girls and women who abandon their studies and organization of programmes for girls and women who have left school prematurely;

(g).

the same opportunities to participate actively in sports and physical education;

(h).

access to specific information of an educational nature to help to ensure the health and well-being of families, including information and advice on family planning.

De Staten die partij zijn bij dit Verdrag, nemen alle passende maatregelen om discriminatie van vrouwen uit te bannen ten einde vrouwen rechten te verzekeren die gelijk zijn aan die van mannen op het gebied van onderwijs en vorming, en in het bijzonder, op basis van gelijkheid van mannen en vrouwen, het volgende te garanderen:

(a).

dezelfde mogelijkheden inzake beroepskeuzevoorlichting en inzake toelating tot het onderwijs en inzake het verwerven van diploma's aan alle categorieën onderwijsinstellingen zowel op het platteland als in stedelijke gebieden; deze gelijkheid dient te worden verzekerd in de aan de school voorafgaande vorming, het algemeen vormend en het technisch onderwijs, het hoger beroepsonderwijs en het hoger technisch onderwijs, zowel als in alle andere soorten beroepsopleiding;

(b).

toegang tot dezelfde onderwijsprogramma's, dezelfde examens, tot onderwijs door leerkrachten met dezelfde soort bevoegdheden, en tot schoolgebouwen en uitrusting van dezelfde kwaliteit;

(c).

uitbanning van elke stereotiepe opvatting van de rol van mannen en vrouwen op alle niveaus en in alle vormen van onderwijs, door het aanmoedigen van gemengd onderwijs en andere soorten onderwijs die zullen bijdragen tot het bereiken van dit doel, en in het bijzonder door de herziening van leerboeken en onderwijsprogramma's en door de aanpassing van onderwijsmethodes;

(d).

dezelfde mogelijkheden gebruik te maken van beurzen en andere studietoelagen;

(e).

dezelfde mogelijkheden inzake toegang tot programma's voor wederkerend onderwijs met inbegrip van programma's voor volwassenen om te leren lezen en schrijven en om te leren lezen en schrijven toegespitst op de praktijk, in het bijzonder programma's die erop zijn gericht in een zo vroeg mogelijk stadium ieder verschil in genoten onderwijs dat mocht bestaan tussen mannen en vrouwen te verkleinen;

(f).

vermindering van het aantal meisjes en vrouwen die hun studie opgeven en organisatie van programma's voor meisjes en vrouwen die voortijdig de school hebben verlaten;

(g).

dezelfde mogelijkheden om actief deel te nemen aan sport en lichamelijke opvoeding;

(h).

toegang tot bijzondere informatie van opvoedkundige aard, die kan bijdragen tot het waarborgen van de gezondheid en het welzijn van het gezin, met inbegrip van informatie en advies inzake geboortenregeling.