Dutch Legislation

Article 10

in force

LIABILITY OF PROVIDERS OF INTERMEDIARY SERVICES

Regulation (EU) 2022/2065 — Digital Services Act · Chapter 2 · In force since None

Source

1. Upon receipt of an order to provide specific information about one or more specific individual recipients of the service, issued by the relevant national judicial or administrative authorities on the basis of the applicable Union law or national law in compliance with Union law, providers of intermediary services shall, without undue delay inform the authority issuing the order, or any other authority specified in the order, of its receipt and of the effect given to the order, specifying if and when effect was given to the order.

2. Member States shall ensure that when an order referred to in paragraph 1 is transmitted to the provider, it meets at least the following conditions:

(a) that order contains the following elements: (i) a reference to the legal basis under Union or national law for the order; (ii) information identifying the issuing authority; (iii) clear information enabling the provider of intermediary services to identify the specific recipient or recipients on whom information is sought, such as one or more account names or unique identifiers; (iv) a statement of reasons explaining the objective for which the information is required and why the requirement to provide the information is necessary and proportionate to determine compliance by the recipients of the intermediary services with applicable Union law or national law in compliance with Union law, unless such a statement cannot be provided for reasons related to the prevention, investigation, detection and prosecution of criminal offences; (v) information about redress mechanisms available to the provider and to the recipients of the service concerned; (vi) where applicable, information about which authority is to receive the information about the effect given to the orders;

(i) a reference to the legal basis under Union or national law for the order;

(ii) information identifying the issuing authority;

(iii) clear information enabling the provider of intermediary services to identify the specific recipient or recipients on whom information is sought, such as one or more account names or unique identifiers;

(iv) a statement of reasons explaining the objective for which the information is required and why the requirement to provide the information is necessary and proportionate to determine compliance by the recipients of the intermediary services with applicable Union law or national law in compliance with Union law, unless such a statement cannot be provided for reasons related to the prevention, investigation, detection and prosecution of criminal offences;

(v) information about redress mechanisms available to the provider and to the recipients of the service concerned;

(vi) where applicable, information about which authority is to receive the information about the effect given to the orders;

(b) that order only requires the provider to provide information already collected for the purposes of providing the service and which lies within its control;

(c) that order is transmitted in one of the languages declared by the provider of intermediary services pursuant to Article 11(3) or in another official language of the Member States, agreed between the authority issuing the order and the provider, and is sent to the electronic point of contact designated by that provider, in accordance with Article 11; where the order is not drafted in the language declared by the provider of intermediary services or in another bilaterally agreed language, the order may be transmitted in the language of the authority issuing the order, provided that it is accompanied by a translation into such declared or bilaterally agreed language of at least the elements set out in points (a) and (b) of this paragraph.

3. The authority issuing the order or, where applicable, the authority specified therein, shall transmit it, along with any information received from the provider of intermediary services concerning the effect given to that order to the Digital Services Coordinator from the Member State of the issuing authority.

4. After receiving the order from the judicial or administrative authority, the Digital Services Coordinator of the Member State concerned shall, without undue delay, transmit a copy of the order referred to in paragraph 1 of this Article to all Digital Services Coordinators through the system established in accordance with Article 85.

5. At the latest when effect is given to the order, or, where applicable, at the time provided by the issuing authority in its order, providers of intermediary services shall inform the recipient of the service concerned of the order received and the effect given to it. Such information provided to the recipient of the service shall include a statement of reasons and the possibilities for redress that exist, in accordance with paragraph 2.

6. The conditions and requirements laid down in this Article shall be without prejudice to national civil and criminal procedural law.

1. Bij ontvangst van een door de bevoegde nationale gerechtelijke of administratieve autoriteiten op basis van het toepasselijke Unierecht of in overeenstemming met het Unierecht zijnde nationale recht uitgegeven bevel om specifieke informatie te verstrekken over een of meerdere specifieke afnemers van de dienst, stellen aanbieders van tussenhandeldiensten de beveluitvaardigende autoriteit of een andere in het bevel gepreciseerde autoriteit onverwijld in kennis van de ontvangst van het bevel en van het aan het bevel gegeven gevolg, en preciseren zij of, en zo ja wanneer, gevolg is gegeven aan het bevel.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat een in lid 1 genoemde bevel dat wordt overgemaakt aan de aanbieder, ten minste aan de volgende voorwaarden voldoet:

a) dat bevel bevat de volgende elementen: i) een verwijzing naar de Unie- of nationaalrechtelijke rechtsgrond voor het bevel; ii) informatie ter identificatie van de uitvaardigende autoriteit; iii) duidelijke informatie aan de hand waarvan de aanbieder van tussenhandeldiensten de specifieke afnemer of afnemers kan identificeren over wie informatie wordt gevraagd, zoals een of meerdere accountnamen of unieke identificatiecodes; iv) een motivering waarin de doelstelling wordt uitgelegd waarvoor de informatie is vereist en waarom het vereiste om de informatie te verstrekken noodzakelijk en evenredig is om naleving door de afnemers van de tussenhandeldiensten van het toepasselijke Unierecht of het met het Unierecht in overeenstemming zijnde nationale recht vast te stellen, tenzij een dergelijke verklaring niet kan worden verstrekt om redenen die verband houden met de preventie, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten; v) informatie over verhaalmechanismen die ter beschikking staan van de aanbieder en de afnemer van de betrokken dienst; vi) in voorkomend geval informatie over de autoriteit die de informatie moet ontvangen over het aan de bevelen gegeven gevolg;

i) een verwijzing naar de Unie- of nationaalrechtelijke rechtsgrond voor het bevel;

ii) informatie ter identificatie van de uitvaardigende autoriteit;

iii) duidelijke informatie aan de hand waarvan de aanbieder van tussenhandeldiensten de specifieke afnemer of afnemers kan identificeren over wie informatie wordt gevraagd, zoals een of meerdere accountnamen of unieke identificatiecodes;

iv) een motivering waarin de doelstelling wordt uitgelegd waarvoor de informatie is vereist en waarom het vereiste om de informatie te verstrekken noodzakelijk en evenredig is om naleving door de afnemers van de tussenhandeldiensten van het toepasselijke Unierecht of het met het Unierecht in overeenstemming zijnde nationale recht vast te stellen, tenzij een dergelijke verklaring niet kan worden verstrekt om redenen die verband houden met de preventie, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten;

v) informatie over verhaalmechanismen die ter beschikking staan van de aanbieder en de afnemer van de betrokken dienst;

vi) in voorkomend geval informatie over de autoriteit die de informatie moet ontvangen over het aan de bevelen gegeven gevolg;

b) dat bevel vereist alleen dat de dienstaanbieder informatie verstrekt die al is verzameld met als doel de dienst aan te bieden en waarover hij controle heeft;

c) dat bevel wordt uitgevaardigd in een van de door de aanbieder van tussenhandeldiensten krachtens artikel 11, lid 3, aangegeven talen of in een andere, tussen door de beveluitvaardigende autoriteit en de dienstaanbieder overeengekomen taal van de lidstaten, en wordt verstuurd naar het door die dienstaanbieder aangewezen elektronische contactpunt, overeenkomstig artikel 11. Indien het bevel niet is opgesteld in de door de aanbieder van tussenhandeldiensten opgegeven taal noch in een andere onderling overeengekomen taal, kan het worden opgesteld in de taal van de beveluitvaardigende autoriteit, op voorwaarde dat het bevel vergezeld gaat van een vertaling naar een dergelijke opgegeven taal of onderling overeengekomen taal van ten minste de onder a) en b) van dit lid genoemde elementen.

3. De beveluitvaardigende autoriteit of in voorkomend geval de daarin vermelde autoriteit zendt het bevel samen met de van de aanbieder van tussenhandeldiensten ontvangen informatie over het aan dat bevel gegeven gevolg, door aan de digitaledienstencoördinator van de lidstaat van de uitvaardigende autoriteit.

4. Na ontvangst van het bevel van de gerechtelijke of administratieve autoriteit zendt de digitaledienstencoördinator van de betrokken lidstaat onverwijld een kopie van het in lid 1 van dit artikel bedoelde bevel naar alle digitaledienstencoördinatoren via het overeenkomstig artikel 85 opgerichte systeem.

5. Uiterlijk op het tijdstip waarop gevolg is gegeven aan het bevel of in voorkomend geval op het door de uitvaardigende autoriteit in haar bevel bepaalde tijdstip stellen aanbieders van tussenhandeldiensten de afnemer van de betrokken dienst in kennis van het ontvangen bevel en het daaraan gegeven gevolg. Dergelijke aan de afnemer van de dienst verstrekte informatie vermeldt overeenkomstig lid 2 een motivering en de bestaande verhaalmogelijkheden.

6. De in dit artikel vastgestelde voorwaarden en vereisten doen geen afbreuk aan het nationale burgerlijk recht en strafprocesrecht.