Dutch Legislation

Article 104

in force

PROCEDURE

EU Trade Mark Regulation 2017/1001 · Chapter 9 · In force since None

Source

1. The applicant for or proprietor of an EU trade mark or any other party to proceedings before the Office who, in spite of all due care required by the circumstances having been taken, was unable to comply with a time limit vis-à-vis the Office shall, upon application, have his rights re-established if the obstacle to compliance has the direct consequence, by virtue of the provisions of this Regulation, of causing the loss of any right or means of redress.

2. The application shall be filed in writing within two months of the removal of the obstacle to compliance with the time limit. The omitted act shall be completed within this period. The application shall only be admissible within the year immediately following the expiry of the unobserved time limit. In the case of non-submission of the request for renewal of registration or of non-payment of a renewal fee, the further period of six months provided in the third sentence of Article 53(3) shall be deducted from the period of one year.

3. The application shall state the grounds on which it is based and shall set out the facts on which it relies. It shall not be deemed to be filed until the fee for re-establishment of rights has been paid.

4. The department competent to decide on the omitted act shall decide upon the application.

5. This Article shall not be applicable to the time limits referred to in paragraph 2 of this Article, Article 46(1) and (3) and Article 105.

6. Where the applicant for or proprietor of an EU trade mark has his rights re-established, he may not invoke his rights vis-à-vis a third party who, in good faith, has put goods on the market or supplied services under a sign which is identical with, or similar to, the EU trade mark in the course of the period between the loss of rights in the application or in the EU trade mark and publication of the mention of re-establishment of those rights.

7. A third party who may avail himself of the provisions of paragraph 6 may bring third party proceedings against the decision re-establishing the rights of the applicant for or proprietor of an EU trade mark within a period of two months as from the date of publication of the mention of re-establishment of those rights.

8. Nothing in this Article shall limit the right of a Member State to grant restitutio in integrum in respect of time limits provided for in this Regulation and to be observed vis-à-vis the authorities of such State.

1. Indien de aanvrager of de houder van een Uniemerk of iedere partij in een procedure voor het Bureau, ondanks het betrachten van alle in de gegeven omstandigheden noodzakelijke zorgvuldigheid, niet in staat is geweest tegenover het Bureau een termijn in acht te nemen, wordt hij op zijn verzoek in zijn rechten hersteld indien de verhindering ingevolge deze verordening rechtstreeks het verlies van een recht of een rechtsmiddel tot gevolg heeft.

2. Het verzoek moet schriftelijk worden ingediend binnen twee maanden nadat de verhindering is geëindigd. De nog niet verrichte handeling moet alsnog binnen die termijn geschieden. Het verzoek is slechts ontvankelijk binnen een jaar na het verstrijken van de niet in acht genomen termijn. Indien het verzoek om vernieuwing niet is ingediend of de vernieuwingstaks niet is voldaan, wordt de termijn van zes maanden bedoeld in artikel 53, lid 3, derde zin, afgetrokken van de periode van een jaar.

3. Het verzoek moet met redenen omkleed zijn en de feiten en argumenten bevatten waarop het gegrond is. Het verzoek wordt pas geacht te zijn ingediend nadat de taks voor herstel in de vorige toestand betaald is.

4. De instantie die bevoegd is te beslissen over de niet verrichte handeling, beslist over het verzoek.

5. Dit artikel is niet van toepassing op de termijnen bedoeld in lid 2, alsmede in artikel 46, leden 1 en 3, en in artikel 105.

6. De aanvrager of de houder van een Uniemerk die in zijn rechten wordt hersteld, kan zijn rechten niet doen gelden tegen een derde die in de periode tussen het verlies van het recht op de aanvraag of op het Uniemerk en de bekendmaking van het herstel van dit recht, te goeder trouw waren op de markt heeft gebracht of diensten heeft verricht onder een teken dat gelijk is aan of overeenstemt met het Uniemerk.

7. Een derde die zich op lid 6 kan beroepen, kan binnen twee maanden na de datum waarop wordt bekendgemaakt dat de aanvrager of de houder van een Uniemerk in zijn rechten wordt hersteld, tegen deze beslissing derdenverzet aantekenen.

8. Dit artikel laat onverlet het recht van een lidstaat om herstel in de vorige toestand toe te kennen met betrekking tot bij deze verordening gestelde termijnen die in acht moeten worden genomen ten aanzien van de instanties van die staat.