Article 60
in forceSURRENDER, REVOCATION AND INVALIDITY
1. An EU trade mark shall be declared invalid on application to the Office or on the basis of a counterclaim in infringement proceedings:
(a) where there is an earlier trade mark as referred to in Article 8(2) and the conditions set out in paragraph 1 or 5 of that Article are fulfilled;
(b) where there is a trade mark as referred to in Article 8(3) and the conditions set out in that paragraph are fulfilled;
(c) where there is an earlier right as referred to in Article 8(4) and the conditions set out in that paragraph are fulfilled;
(d) where there is an earlier designation of origin or geographical indication as referred to in Article 8(6) and the conditions set out in that paragraph are fulfilled.
All the conditions referred to in the first subparagraph shall be fulfilled at the filing date or the priority date of the EU trade mark.
2. An EU trade mark shall also be declared invalid on application to the Office or on the basis of a counterclaim in infringement proceedings where the use of such trade mark may be prohibited pursuant to another earlier right under the Union legislation or national law governing its protection, and in particular:
(a) a right to a name;
(b) a right of personal portrayal;
(c) a copyright;
(d) an industrial property right.
3. An EU trade mark may not be declared invalid where the proprietor of a right referred to in paragraph 1 or 2 consents expressly to the registration of the EU trade mark before submission of the application for a declaration of invalidity or the counterclaim.
4. Where the proprietor of one of the rights referred to in paragraph 1 or 2 has previously applied for a declaration that an EU trade mark is invalid or made a counterclaim in infringement proceedings, he may not submit a new application for a declaration of invalidity or lodge a counterclaim on the basis of another of the said rights which he could have invoked in support of his first application or counterclaim.
5. Article 59(3) shall apply.
1. Het Uniemerk wordt op vordering bij het Bureau of bij reconventionele vordering in een inbreukprocedure nietig verklaard:
a) wanneer er een in artikel 8, lid 2, bedoeld ouder merk bestaat en aan de in lid 1 of lid 5 van dat artikel genoemde voorwaarden voldaan is;
b) wanneer er een in artikel 8, lid 3, bedoeld merk bestaat en aan de in dat lid genoemde voorwaarden voldaan is;
c) wanneer er een in artikel 8, lid 4, bedoeld ouder recht bestaat en aan de in dat lid genoemde voorwaarden voldaan is;
d) wanneer er een oudere oorsprongsbenaming of geografische aanduiding als bedoeld in artikel 8, lid 6, bestaat en aan de in dat lid gestelde voorwaarden voldaan is.
Aan alle in de eerste alinea bedoelde voorwaarden moet voldaan zijn op de datum van indiening of de datum van voorrang van het Uniemerk.
2. Het Uniemerk wordt op vordering bij het Bureau of bij reconventionele vordering in een inbreukprocedure tevens nietig verklaard wanneer het gebruik ervan verboden kan worden op grond van de Uniewetgeving of van het nationale recht inzake de bescherming van een ander ouder recht, met name van een
a) recht op de naam;
b) recht op een afbeelding;
c) auteursrecht;
d) recht van industriële eigendom.
3. Het Uniemerk kan niet nietig worden verklaard wanneer de houder van een der in lid 1 of lid 2 bedoelde rechten uitdrukkelijk toestemming geeft tot de inschrijving van dit merk voordat de vordering tot nietigverklaring of de reconventionele vordering is ingesteld.
4. De houder van een der in lid 1 of lid 2 bedoelde rechten die de nietigverklaring van het Uniemerk heeft gevorderd of een reconventionele vordering in een inbreukprocedure heeft ingesteld, kan geen nieuwe vordering tot nietigverklaring of reconventionele vordering instellen op grond van een van deze andere rechten die hij reeds tot staving van de eerste vordering tot nietigverklaring had kunnen inroepen.
5. Artikel 59, lid 3, is van toepassing.