Dutch Legislation

Article 25

in force

THE LAW RELATING TO TRADE MARKS

EU Trade Mark Regulation 2017/1001 · Chapter 2 · In force since None

Source

1. An EU trade mark may be licensed for some or all of the goods or services for which it is registered and for the whole or part of the Union. A licence may be exclusive or non-exclusive.

2. The proprietor of an EU trade mark may invoke the rights conferred by that trade mark against a licensee who contravenes any provision in his licensing contract with regard to:

(a) its duration;

(b) the form covered by the registration in which the trade mark may be used;

(c) the scope of the goods or services for which the licence is granted;

(d) the territory in which the trade mark may be affixed; or

(e) the quality of the goods manufactured or of the services provided by the licensee.

3. Without prejudice to the provisions of the licensing contract, the licensee may bring proceedings for infringement of an EU trade mark only if its proprietor consents thereto. However, the holder of an exclusive licence may bring such proceedings if the proprietor of the trade mark, after formal notice, does not himself bring infringement proceedings within an appropriate period.

4. A licensee shall, for the purpose of obtaining compensation for damage suffered by him, be entitled to intervene in infringement proceedings brought by the proprietor of the EU trade mark.

5. On request of one of the parties the grant or transfer of a licence in respect of an EU trade mark shall be entered in the Register and published.

6. An entry in the Register effected pursuant to paragraph 5 shall be cancelled or modified at the request of one of the parties.

1. Een Uniemerk kan het voorwerp zijn van een licentie voor alle of voor een deel van de waren of diensten waarvoor het ingeschreven is en voor de gehele Unie of voor een deel daarvan. Een licentie kan al dan niet uitsluitend zijn.

2. De aan het Uniemerk verbonden rechten kunnen door de merkhouder worden ingeroepen tegen een licentiehouder die handelt in strijd met een van de bepalingen van de licentieovereenkomst inzake:

a) de duur daarvan;

b) de door de inschrijving gedekte vorm waarin het merk mag worden gebruikt;

c) de waren of diensten waarvoor de licentie is verleend;

d) het grondgebied waarbinnen het merk mag worden aangebracht, of

e) de kwaliteit van de door de licentiehouder vervaardigde waren of verrichte diensten.

3. Onverminderd het bepaalde in de licentieovereenkomst kan de licentiehouder een vordering wegens inbreuk op een Uniemerk alleen instellen met toestemming van de houder van dat merk. De houder van een uitsluitende licentie kan een dergelijke vordering evenwel instellen indien de merkhouder niet, na daartoe te zijn aangespoord, binnen een redelijke termijn zelf een vordering wegens inbreuk instelt.

4. De licentiehouder kan in de vordering wegens inbreuk die de houder van het Uniemerk aanhangig heeft gemaakt, tussenkomen om de door hem geleden schade vergoed te krijgen.

5. Op verzoek van een van de partijen wordt de verlening of overdracht van een licentie betreffende een Uniemerk ingeschreven in het register en gepubliceerd.

6. Een inschrijving in het register overeenkomstig lid 5 wordt op verzoek van een van de partijen doorgehaald of gewijzigd.