Article 192
in forceINTERNATIONAL REGISTRATION OF MARKS
1. The holder of an international registration designating the Union may, as from the date of publication of the effects of such registration pursuant to Article 190(2), claim at the Office the seniority of an earlier trade mark registered in a Member State, including a trade mark registered in the Benelux countries, or registered under international arrangements having effect in a Member State, as provided for in Article 40.
2. When the seniority is claimed before the date referred to in paragraph 1, the seniority claim shall be deemed to have been received by the Office on that date.
3. A seniority claim under paragraph 1 of this Article shall fulfil the requirements referred to in Article 40 and shall contain information to enable its examination against those requirements.
4. If the requirements governing the claiming of seniority referred to in paragraph 3 and specified in the implementing act adopted pursuant to paragraph 6 are not fulfilled, the Office shall invite the holder of the international registration to remedy the deficiencies. If the deficiencies are not remedied within a period to be specified by the Office, the Office shall reject the claim.
5. Where the Office has accepted the seniority claim, or where a seniority claim has been withdrawn or cancelled by the Office, the Office shall inform the International Bureau accordingly.
6. The Commission shall adopt implementing acts specifying the details to be contained in a seniority claim under paragraph 1 of this Article and the details of the information to be notified pursuant to paragraph 5 of this Article. Those implementing acts shall be adopted in accordance with the examination procedure referred to in Article 207(2).
1. De houder van een internationale inschrijving met aanduiding van de Unie kan vanaf de datum van bekendmaking van de rechtsgevolgen van die inschrijving op grond van artikel 190, lid 2, voor het Bureau de anciënniteit inroepen van een in een lidstaat ingeschreven ouder merk, waaronder een in de Benelux ingeschreven merk of een ouder merk dat krachtens een internationale regeling met rechtsgevolgen in een lidstaat is ingeschreven, zoals bepaald in artikel 40.
2. Wanneer een beroep op anciënniteit wordt gedaan vóór de in lid 1 bedoelde datum, wordt dat beroep op anciënniteit geacht door het Bureau op die datum te zijn ontvangen.
3. Een in lid 1 van dit artikel bedoelde beroep op anciënniteit voldoet aan de vereisten van artikel 40 en bevat informatie aan de hand waarvan de vervulling van die vereisten kan worden nagegaan.
4. Indien niet is voldaan aan de vereisten inzake het beroep op anciënniteit, als bedoeld in lid 3 en gespecificeerd in de overeenkomstig lid 6 vastgestelde uitvoeringshandeling, vraagt het Bureau de houder van de internationale inschrijving de gebreken te verhelpen. Indien de gebreken niet binnen de door het Bureau te stellen termijn zijn verholpen, wijst het Bureau het beroep af.
5. Wanneer het Bureau een beroep op anciënniteit heeft aanvaard, of een beroep op anciënniteit is ingetrokken of door het Bureau wordt doorgehaald, stelt het Bureau het Internationale Bureau daarvan in kennis.
6. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot de nadere gegevens die moeten worden opgenomen in een beroep op anciënniteit volgens lid 1van dit artikel, en de nadere gegevens van de overeenkomstig lid 5 van dit artikel te verstrekken informatie. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 207, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.