Article 47
in forceSTRUCTURE OF THE SCE
1. Where the authority to represent the SCE in dealings with third parties, in accordance with Articles 37(1) and 42(1), is conferred on two or more members, those members shall exercise that authority collectively, unless the law of the Member State in which the SCE's registered office is situated allows the statutes to provide otherwise, in which case such a clause may be relied upon against third parties where it has been disclosed in accordance with Articles 11(5) and 12.
2. Acts performed by an SCE's organs shall bind the SCE vis-à-vis third parties, even where the acts in question are not in accordance with the objects of the SCE, providing they do not exceed the powers conferred on them by the law of the Member State in which the SCE has its registered office or which that law allows to be conferred on them.
Member States may, however, provide that the SCE shall not be bound where such acts are outside the objects of the SCE, if it proves that the third party knew that the act was outside those objects or could not in the circumstances have been unaware of it; disclosure of the statutes shall not of itself be sufficient proof thereof.
3. The limits on the powers of the organs of the SCE, arising under the statutes or from a decision of the competent organs, may never be relied on as against third parties, even if they have been disclosed.
4. A Member State may stipulate that the power to represent the SCE may be conferred by the statutes on a single person or on several persons acting jointly. Such legislation may stipulate that this provision of the statutes may be relied on as against third parties provided that it concerns the general power of representation. Whether or not such a provision may be relied on as against third parties shall be governed by the provisions of Article 12.
1. Wanneer de uitoefening van de bevoegdheid om de SCE tegenover derden te vertegenwoordigen overeenkomstig artikel 37, lid 1, en artikel 42, lid 1, wordt toegekend aan meer dan één lid, oefenen deze leden die bevoegdheid gezamenlijk uit, tenzij overeenkomstig het recht van de lidstaat waar de SCE haar statutaire zetel heeft in de statuten anders kan worden bepaald; in dat geval kan deze bepaling aan derden worden tegengeworpen wanneer zij overeenkomstig artikel 11, lid 5, en artikel 12 openbaar is gemaakt.
2. De SCE wordt ten opzichte van derden gebonden door de rechtshandelingen van haar organen, zelfs indien deze handelingen niet binnen haar doel vallen, tenzij door genoemde handelingen de bevoegdheden worden overschreden die deze organen krachtens het recht van de lidstaat waar de SCE haar statutaire zetel heeft, worden of kunnen worden verleend.
De lidstaten kunnen evenwel bepalen dat de SCE niet wordt gebonden wanneer deze handelingen de grenzen van haar doel overschrijden, indien zij bewijst dat de derde wist dat de handeling de grenzen van dit doel overschreed, of hiervan, gezien de omstandigheden, niet onkundig kon zijn; openbaarmaking van de statuten alleen is hiertoe echter geen voldoende bewijs.
3. De grenzen welke door de statuten of door een beslissing van de bevoegde organen aan de bevoegdheden van de organen van de SCE worden gesteld, kunnen nooit aan derden worden tegengeworpen, zelfs niet indien zij openbaar zijn gemaakt.
4. Een lidstaat kan bepalen dat de vertegenwoordigingsbevoegdheid bij de statuten kan worden verleend aan één persoon of aan verscheidene personen die gezamenlijk handelen. In die wetgeving kan worden voorgeschreven dat deze statutaire bepaling aan derden kan worden tegengeworpen, mits zij betrekking heeft op de algemene vertegenwoordigingsbevoegdheid. Voor de tegenwerpbaarheid aan derden van een dergelijke bepaling geldt het bepaalde in artikel 12.