Dutch Legislation

Article 39

in force

STRUCTURE OF THE SCE

Regulation (EC) No 1435/2003 — European Cooperative Society (SCE) · Chapter 3 · In force since None

Source

1. The supervisory organ shall supervise the duties performed by the management organ. It may not itself exercise the power to manage the SCE. The supervisory organ may not represent the SCE in dealings with third parties. It shall represent the SCE in dealings with the management organ, or its members, in respect of litigation or the conclusion of contracts.

2. The members of the supervisory organ shall be appointed and removed by the general meeting. The members of the first supervisory organ may, however, be appointed in the statutes. This shall apply without prejudice to any employee participation arrangements determined pursuant to Directive 2003/72/EC.

3. Of the members of the supervisory organ, not more than one quarter of the posts available may be filled by non-user members.

4. The statutes shall lay down the number of members of the supervisory organ or the rules for determining it. A Member State may, however, stipulate the number of members or the composition of the supervisory organ for SCEs having their registered office in its territory or a minimum and/or a maximum number.

1. Het toezichthoudend orgaan houdt toezicht op het door het leidinggevend orgaan gevoerde bestuur. Het mag niet zelf de bestuursbevoegdheid over de SCE uitoefenen. Het toezichthoudend orgaan kan de SCE niet tegenover derden vertegenwoordigen. Tegenover het leidinggevend orgaan of de leden daarvan vertegenwoordigt het de SCE in geschillen en bij het sluiten van overeenkomsten.

2. De leden van het toezichthoudend orgaan worden door de algemene vergadering benoemd en ontslagen. De leden van het eerste toezichthoudend orgaan kunnen evenwel in de statuten worden aangewezen. Deze bepalingen gelden onverminderd enige regelingen met betrekking tot de rol van de werknemers die worden vastgesteld op grond van Richtlijn 2003/72/EG.

3. Het toezichthoudend orgaan mag onder zijn leden voor ten hoogste een vierde van het aantal beschikbare posten niet-gebruikende leden tellen.

4. Het aantal leden van het toezichthoudend orgaan, of de regels voor de bepaling van dat aantal, worden in de statuten vastgesteld. Een lidstaat kan evenwel voor SCE's met statutaire zetel op zijn grondgebied het aantal leden of de samenstelling van het toezichthoudend orgaan, dan wel een minimum- en/of maximumaantal leden vaststellen.