Dutch Legislation

Article 33

in force

UN Convention on the Rights of Persons with Disabilities · In force since 2016-07-14

Source
1.

The States Parties shall designate, within their administrative organisation, one or more focal points for matters relating to the implementation of this Convention, and shall give due consideration to the establishment of a coordination mechanism within the government to facilitate related action in different sectors and at different levels.

2.

In accordance with their legal and administrative system, the States Parties shall maintain and strengthen a framework within their territory, including, inter alia, one or two independent bodies, as applicable, to promote, protect and monitor the implementation of this Convention, or shall designate or establish a body for that purpose. When designating or establishing such a body, the States Parties shall take into account the principles relating to the status and functioning of national institutions for the protection and promotion of human rights.

3.

Civil society, in particular persons with disabilities and the organisations representing them, shall be involved and participate fully in the monitoring process.

1.

De Staten die Partij zijn wijzen binnen hun bestuurlijke organisatie een of meer contactpunten aan voor aangelegenheden die betrekking hebben op de uitvoering van dit Verdrag en besteden naar behoren aandacht aan het instellen van een coördinatiesysteem binnen de overheid teneinde de maatregelen in verschillende sectoren en op verschillende niveaus te faciliteren.

2.

In overeenstemming met hun rechts- en bestuurssysteem onderhouden en versterken de Staten die Partij zijn op hun grondgebied een kader, met onder meer een of twee onafhankelijke instanties, al naargelang van toepassing is, om de uitvoering van dit Verdrag te bevorderen, te beschermen en te monitoren of wijzen daarvoor een instantie aan of richten die op. Bij het aanwijzen of oprichten van een dergelijke instantie houden de Staten die Partij zijn rekening met de beginselen betreffende de status en het functioneren van nationale instellingen voor de bescherming en bevordering van de rechten van de mens.

3.

Het maatschappelijk middenveld, in het bijzonder personen met een handicap en de organisaties die hen vertegenwoordigen, wordt betrokken bij en participeert volledig in het monitoringproces.