Article 5
in forceConditions for extradition
Extradition may only be granted for the purpose of:
a criminal investigation initiated by the authorities of the requesting state regarding the suspicion that the requested person has committed an offence for which, under the law of both the requesting state and the Netherlands, a custodial sentence of one year or more may be imposed;
the enforcement of a custodial sentence of four months or longer to be served by the requested person in the territory of the requesting state for an offence as referred to in point (a).
For the application of the preceding paragraph, an offence punishable under Netherlands law shall also be understood to include an act that has infringed upon the legal order of the requesting state, provided that, under Netherlands law, an identical infringement of the Netherlands legal order or that of Bonaire, Sint Eustatius and Saba is punishable.
If, in the case referred to in paragraph 1, under (b), the conviction to a custodial sentence was rendered in absentia, extradition may only be granted if the requested person has been or will be given sufficient opportunity to conduct his defence.
Uitlevering kan alleen worden toegestaan ten behoeve van:
een door autoriteiten van de verzoekende staat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een feit waarvoor, zowel naar het recht van de verzoekende staat als naar dat van Nederland, een vrijheidsstraf van een jaar, of van langere duur, kan worden opgelegd;
de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van vier maanden, of van langere duur, door de opgeëiste persoon op het grondgebied van de verzoekende staat te ondergaan wegens een feit als onder a bedoeld.
Voor de toepassing van het voorgaande lid wordt onder een naar Nederlands recht strafbaar feit mede verstaan een feit waardoor inbreuk is gemaakt op de rechtsorde van de verzoekende staat, terwijl krachtens de Nederlandse wet een zelfde inbreuk op de Nederlandse rechtsorde of die van Bonaire, Sint Eustatius en Saba strafbaar is.
Indien, in het geval bedoeld in het eerste lid, onder b, de veroordeling tot vrijheidsstraf bij verstek heeft plaatsgevonden, kan de uitlevering slechts worden toegestaan, indien de opgeëiste persoon in voldoende mate in de gelegenheid is geweest of alsnog zal worden gesteld om zijn verdediging te voeren.