Dutch Legislation

Article 6a.21

in force

Obligations for undertakings possessing significant market power

Telecommunications Act · Chapter 6a · In force since 2022-03-02

Source
1.

The Authority for Consumers and Markets shall, in accordance with the principles of general European competition law, define relevant markets for the provision of programme services the characteristics of which are such that the imposition of the obligations referred to in Articles 6a.12, 6a.13, paragraphs one and two, 6a.14, paragraph one, and 6a.22 may be appropriate.

2.

The Authority for Consumers and Markets shall investigate the markets referred to in the first paragraph as soon as possible. The investigation shall in any event be aimed at determining:

a.

whether or not the relevant market meets the criteria referred to in Article 6a.1, paragraph 5, point (a), and whether undertakings offering programme services are active thereon that possess significant market power, and

b.

which obligations as referred to in Articles 6a.12, 6a.13, paragraphs one and two, 6a.14, paragraph one, and 6a.22 are appropriate for the undertakings referred to in (a).

3.

If an investigation as referred to in the second paragraph shows that the relevant market meets the criteria referred to in Article 6a.1, fifth paragraph, part a, the Authority for Consumers and Markets shall determine which undertakings offering programme services possess significant market power, and:

a.

it shall impose upon each of them, insofar as appropriate, the obligations referred to in Articles 6a.12, 6a.13, paragraphs one and two, 6a.14, paragraph one, and 6a.22;

b.

it maintains previously imposed obligations, insofar as they relate to this market, if they are still appropriate, or

c.

it shall revoke previously imposed obligations, insofar as they relate to this market, if they are no longer appropriate.

4.

For the application of this article, "end-user", as referred to in Articles 6a.12 up to and including 6a.14, shall be understood to mean: a natural person or legal person who uses or requests a programme service.

5.

Articles 6a.1, paragraphs six, seven and eight, 6a.2, paragraph three, 6a.3, paragraphs one and two, 6a.4, 6a.5, 6a.13, paragraphs three, four and five, 6a.14, paragraphs two up to and including seven, 6b.1, 6b.3 and 6b.6 shall apply mutatis mutandis.

1.

De Autoriteit Consument en Markt bepaalt in overeenstemming met de beginselen van het algemene Europese mededingingsrecht relevante markten voor het aanbieden van programmadiensten waarvan de kenmerken zodanig zijn dat het opleggen van de in de artikelen 6a.12, 6a.13, eerste en tweede lid, 6a.14, eerste lid, en 6a.22 bedoelde verplichtingen passend kan zijn.

2.

De Autoriteit Consument en Markt onderzoekt de overeenkomstig het eerste lid bedoelde markten zo spoedig mogelijk. Het onderzoek is er in ieder geval op gericht om vast te stellen:

a.

of de desbetreffende markt al dan niet voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 6a.1, vijfde lid, onderdeel a, en of hierop ondernemingen die programmadiensten aanbieden actief zijn die beschikken over een aanmerkelijke marktmacht, en

b.

welke verplichtingen als bedoeld in de artikelen 6a.12, 6a.13, eerste en tweede lid, 6a.14, eerste lid, en 6a.22 passend zijn voor de onder a bedoelde ondernemingen.

3.

Indien uit een onderzoek, bedoeld in tweede lid, blijkt dat de desbetreffende markt voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 6a.1, vijfde lid, onderdeel a, stelt de Autoriteit Consument en Markt vast welke ondernemingen die programmadiensten aanbieden, beschikken over een aanmerkelijke marktmacht, en:

a.

legt zij ieder van hen, voor zover passend, verplichtingen als bedoeld in de artikelen 6a.12, 6a.13, eerste en tweede lid, 6a.14, eerste lid, en 6a.22 op;

b.

houdt zij eerder opgelegde verplichtingen, voor zover zij betrekking hebben op deze markt, in stand indien zij nog steeds passend zijn, of

c.

trekt zij eerder opgelegde verplichtingen, voor zover zij betrekking hebben op deze markt, in, indien zij niet langer passend zijn.

4.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder «eindgebruiker», bedoeld in de artikelen 6a.12 tot en met 6a.14, verstaan: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die gebruik maakt of verzoekt om een programmadienst.

5.

De artikelen 6a.1, zesde, zevende en achtste lid, 6a.2, derde lid, 6a.3, eerste en tweede lid, 6a.4, 6a.5, 6a.13, derde, vierde en vijfde lid, 6a.14, tweede tot en met zevende lid, 6b.1, 6b.3 en 6b.6 zijn van overeenkomstige toepassing.