Dutch Legislation

Article 5.2

in force

Aanleg, instandhouding en opruiming van kabels

Telecommunications Act · Chapter 5 · In force since 2018-03-31

Source
1.

The party entitled to or the manager of public lands is obliged to tolerate that cables for the purpose of a public electronic communications network are laid, maintained, or removed in and on these lands.

2.

Insofar as it concerns the installation, maintenance or removal of cables other than local cables, the duty to tolerate also extends to non-public land, with the exception of gardens and yards that form a single entity with inhabited premises.

3.

Insofar as it is necessary for the connection of users to a public electronic communications network, the duty to tolerate (gedoogplicht) with regard to local cables also extends to non-public land, including gardens and yards that form a single entity with inhabited plots.

4.

Insofar as it is necessary for connecting users to a public electronic communications network, the holder of rights to a building is furthermore obliged to tolerate the installation, maintenance, or removal of network connection points and cables in and on this building.

5.

The holder of the rights to an access point or physical in-house infrastructure is obliged to tolerate its use for the purpose of deploying a high-speed electronic communications network as referred to in Article 5a.1, where duplication is technically impossible or economically inefficient, and such shared use is necessary for connecting users to that network.

6.

If, for a purpose other than electronic communication, overhead support structures have been or are being constructed by means of which physical wires have been or are being installed overhead for the benefit of that purpose, the holder of the right to or the manager of public or non-public land above which these wires have been or are being installed is obliged to tolerate that, by the exclusive use of these overhead support structures, cables for the benefit of a public electronic communications network are also installed, maintained, or removed above the land in question. For the holder of the right to or the manager of the aforementioned overhead support structures, there is no duty to tolerate the use of these structures.

7.

The installation, maintenance and removal of cables shall:

a.

no change has been brought about in the purpose of that in, on, above or to which the cables are or are being laid, and

b.

brought about as little change as possible in the external appearance and as little obstruction as possible in the use thereof.

8.

At the request of the person upon whom the duty to tolerate rests, the provider of a public electronic communications network shall, for the implementation of the seventh paragraph, point (b), make use of underground facilities which are made available by the person upon whom the duty to tolerate rests or by a third party at a market-conform price and under objective, transparent, proportionate and non-discriminatory conditions, unless the provider can demonstrate that shared use as referred to in Article 5a.3 is not feasible. By Order in Council, additional conditions may be set regarding the construction and form of networks to be constructed in the event of the use of facilities as referred to in the first sentence.

9.

The provider of a public electronic communications network is obliged to remove installed cables that have not formed part of a public electronic communications network for a continuous period of ten years, when the person upon whom the duty to tolerate rests makes a reasonable request to that effect to the provider. The duty to tolerate expires at the moment that a request as referred to in the first sentence has been made.

10.

The installation or decommissioning of cables for the purpose of a public electronic communications network shall be notified in writing by the provider of the relevant network to the person upon whom the duty of tolerance rests. The burden of proof regarding the commissioning lies with the provider.

11.

Without prejudice to this Article, the regulations provided by or pursuant to other Acts regarding the use of these grounds, buildings or waters shall apply.

1.

De rechthebbende op of de beheerder van openbare gronden is verplicht te gedogen dat ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk kabels in en op deze gronden worden aangelegd, instandgehouden of opgeruimd.

2.

Voor zover het de aanleg, instandhouding of opruiming van andere dan lokale kabels betreft strekt de gedoogplicht zich tevens uit tot niet-openbare gronden, uitgezonderd tuinen en erven die met bewoonde percelen één geheel vormen.

3.

Voor zover het voor het aansluiten van gebruikers op een openbaar elektronisch communicatienetwerk nodig is, strekt de gedoogplicht zich wat lokale kabels betreft tevens uit tot niet-openbare gronden, met inbegrip van tuinen en erven die met bewoonde percelen één geheel vormen.

4.

Voor zover het voor het aansluiten van gebruikers op een openbaar elektronisch communicatienetwerk nodig is, is bovendien de rechthebbende op een gebouw verplicht de aanleg, instandhouding of opruiming van netwerkaansluitpunten en kabels in en aan dit gebouw te gedogen.

5.

De rechthebbende op een toegangspunt of fysieke binnenhuisinfrastructuur is verplicht te gedogen dat daarvan gebruik wordt gemaakt ten dienste van de aanleg van een elektronisch communicatienetwerk met hoge snelheid als bedoeld in artikel 5a.1 wanneer verdubbeling technisch onmogelijk of economisch inefficiënt is, en het medegebruik nodig is voor het aansluiten van gebruikers op dat netwerk.

6.

Indien ten behoeve van een andere toepassing dan elektronische communicatie bovengrondse ondersteuningswerken zijn of worden aangelegd waarmee ten behoeve van die toepassing bovengronds fysieke draden zijn of worden aangelegd, is de rechthebbende op of de beheerder van openbare of niet-openbare grond waarboven deze draden zijn of worden aangelegd, verplicht te gedogen dat met de uitsluitende gebruikmaking van deze bovengrondse ondersteuningswerken tevens kabels ten behoeve van een openbaar elektronisch communicatienetwerk boven de desbetreffende grond worden aangelegd, instandgehouden of opgeruimd. Voor de rechthebbende op of de beheerder van de genoemde bovengrondse ondersteuningswerken bestaat geen gedoogplicht voor het gebruik laten maken van deze werken.

7.

Door de aanleg, de instandhouding en de opruiming van kabels wordt:

a.

geen verandering teweeggebracht in de bestemming van hetgeen waarin, waarop, waarboven of waaraan de kabels zijn of worden aangelegd, en

b.

zo min mogelijk verandering in de uiterlijke gedaante en zo min mogelijk belemmering in het gebruik ervan teweeggebracht.

8.

Op verzoek van degene op wie de gedoogplicht rust, maakt de aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk ter uitvoering van het zevende lid, onderdeel b, gebruik van ondergrondse voorzieningen, die door degene op wie de gedoogplicht rust of een derde tegen marktconforme prijs en objectieve, transparante, evenredige en niet-discriminerende voorwaarden ter beschikking wordt gesteld, tenzij de aanbieder aannemelijk kan maken dat medegebruik als bedoeld in artikel 5a.3 niet haalbaar is. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld met betrekking tot de aanleg en vorm van aan te leggen netwerken ingeval van gebruik van voorzieningen als bedoeld in de eerste volzin.

9.

De aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk is verplicht om aangelegde kabels die gedurende een aaneengesloten periode van tien jaar geen deel uitmaken van een openbaar elektronisch communicatienetwerk op te ruimen wanneer degene op wie de gedoogplicht rust de aanbieder daartoe een redelijk verzoek doet. De gedoogplicht vervalt op het moment dat een verzoek als bedoeld in de eerste volzin is gedaan.

10.

Het in of uit gebruik nemen van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk wordt door de aanbieder van het desbetreffende netwerk schriftelijk gemeld aan degene op wie de gedoogplicht rust. De bewijslast voor de ingebruikneming ligt bij de aanbieder.

11.

Onverminderd dit artikel gelden de gegeven voorschriften bij of krachtens andere wetten terzake van het gebruik van deze gronden, gebouwen of wateren.