Dutch Legislation

Article 3.20

in force

Frequenties

Telecommunications Act · Chapter 3 · In force since 2022-03-02

Source
1.

The holder of a permit granted pursuant to one of the procedures referred to in Article 3.10, paragraph 1, may, with the consent of Our Minister, transfer that permit in whole or in part to a natural person or legal person, unless it concerns a permit belonging to a category of permits designated by Order in Council that have been granted free of charge or for broadcasting purposes and for which it has been determined in that Order that full or partial transfer is not possible.

2.

Our Minister may refuse to grant the consent referred to in the first paragraph, with corresponding application of the grounds for refusal of a permit as stated in Article 3.18, first paragraph, under (a), (b), (e) and (f), and second paragraph.

3.

If the consent requested by the permit holder relates to a permit to be transferred in its entirety, Our Minister may, in the decision granting consent, amend the regulations and restrictions attached to the permit to be transferred in connection with the transfer.

4.

If the consent requested by the permit holder relates to a partial transfer of a permit, Our Minister may, in the decision granting consent, amend the regulations and restrictions attached to the original permit in connection with the transfer and grant a new permit to the other natural person or legal person. Articles 3.10 and 3.13, paragraph 2, do not apply to the granting of the permit referred to in the previous sentence.

5.

If, in the opinion of Our Minister, the transfer of a licence could significantly restrict effective competition on the market, Our Minister shall provide the Authority for Consumers and Markets with the opportunity to issue an opinion thereon before taking a decision regarding the granting of consent for the transfer, as referred to in the first paragraph.

6.

Our Minister shall publish a notice in the Government Gazette (Staatscourant) regarding a decision concerning the authorisation referred to in the first paragraph.

1.

De houder van een vergunning die is verleend met toepassing van een van de procedures, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, kan die vergunning met toestemming van Onze Minister geheel of gedeeltelijk overdragen aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, tenzij het een vergunning betreft die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie van vergunningen die om niet zijn verleend of voor omroep en waarvan bij die maatregel is bepaald dat gehele of gedeeltelijke overdracht niet mogelijk is.

2.

Onze Minister kan weigeren de in het eerste lid bedoelde toestemming te verlenen met overeenkomstige toepassing van de gronden voor weigering van een vergunning, vermeld in artikel 3.18, eerste lid, onder a, b, e en f, en tweede lid.

3.

Indien de door de vergunninghouder gevraagde toestemming betrekking heeft op een geheel over te dragen vergunning kan Onze Minister bij het toestemmingsbesluit de voorschriften en beperkingen die aan de over te dragen vergunning zijn verbonden, wijzigen in verband met de overdracht.

4.

Indien de door de vergunninghouder gevraagde toestemming betrekking heeft op een gedeeltelijke overdracht van een vergunning kan Onze Minister bij het toestemmingsbesluit de voorschriften en beperkingen verbonden aan de oorspronkelijke vergunning wijzigen in verband met de overdracht en aan de andere natuurlijke persoon of rechtspersoon een nieuwe vergunning verlenen. De artikelen 3.10 en 3.13, tweede lid, zijn niet van toepassing op de verlening van de in de vorige volzin bedoelde vergunning.

5.

Indien naar het oordeel van Onze Minister de overdracht van een vergunning de daadwerkelijke mededinging op de markt in aanzienlijke mate zou kunnen beperken, stelt Onze Minister de Autoriteit Consument en Markt in de gelegenheid hierover advies uit te brengen alvorens een besluit te nemen over de verlening van toestemming voor de overdracht, bedoeld in het eerste lid.

6.

Onze Minister doet mededeling in de Staatscourant van een besluit inzake de toestemming, bedoeld in het eerste lid.