Article 3.19a
in forceFrequenties
If one of the grounds referred to in Article 3.19, paragraph 2, is applicable, Our Minister may, instead of revoking or amending a permit, require the holder of a permit to transfer that permit, in whole or in part, in accordance with the procedure referred to in the seventh paragraph, point (a), within a period to be determined by ministerial regulation, to a natural person or legal entity that has obtained authorisation from Our Minister. The holder of the permit shall inform Our Minister within seven days after the expiry of the period referred to in the first sentence to whom the permit has been transferred.
If, after the expiry of the period referred to in the first paragraph, the transfer of the licence has not taken place, Our Minister shall initiate the procedure for transfer referred to in the seventh paragraph, point (a), and Our Minister shall transfer that licence, in whole or in part, to the natural or legal person who, in accordance with that procedure, has offered the highest price or the minimum price for that licence. In the event that several natural or legal persons have offered the highest or the minimum price, it shall be determined by means of a draw to which of those persons the licence shall be transferred.
Only natural or legal persons who have obtained an authorisation as referred to in the first paragraph, pursuant to the provisions of the seventh paragraph, point (b), may participate in the procedure referred to in the seventh paragraph, point (a).
Article 3:20, paragraphs 3 up to and including 7, shall apply mutatis mutandis.
The holder of a permit to whom Our Minister has made known that he intends to impose the obligation referred to in the first paragraph may, no later than within a period set by ministerial regulation after the date of notification of the draft decision, submit a petition to:
revocation of the permit pursuant to Article 3.19, paragraph 1, opening words and point (a),
amendment of the permit pursuant to Article 3.19, paragraph 3, or
consent for transfer pursuant to Article 3:20, paragraph 1.
Our Minister shall reject a petition that is submitted after the expiry of this period.
During the proceedings referred to in the seventh paragraph, point (a), and during the eight weeks following the time at which the proceedings are concluded, Article 3:19, first paragraph, preamble and point (a), second and third paragraphs, and Article 3:20, first paragraph, shall not apply to the permit to which the draft decision referred to in the first paragraph relates.
Rules may be established by or pursuant to an Order in Council with regard to:
the procedure to be followed by the holder of the licence, as referred to in the first paragraph, or by Our Minister, to determine to which natural person or legal entity, as referred to in the third paragraph, the licence shall be transferred;
the requirements imposed on natural persons or legal persons, the application and the procedure for obtaining an authorisation as referred to in the first paragraph;
the manner in which it is determined which natural or legal person that has obtained an authorisation shall be granted the licence;
the determination and payment of the price for the licence.
Indien een van de gronden, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van toepassing is, kan Onze Minister in plaats van intrekken of wijzigen van een vergunning, de houder van een vergunning verplichten om die vergunning overeenkomstig de in het zevende lid, onderdeel a, bedoelde procedure binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn geheel of gedeeltelijk over te dragen aan een natuurlijke of rechtspersoon die een toestemming heeft verkregen van Onze Minister. De houder van de vergunning deelt Onze Minister binnen zeven dagen na afloop van de in de eerste volzin bedoelde periode mede aan wie de vergunning is overgedragen.
Indien na afloop van de in het eerste lid, bedoelde periode overdracht van de vergunning uitblijft, neemt Onze Minister de in het zevende lid, onderdeel a, bedoelde procedure tot overdracht ter hand en draagt Onze Minister die vergunning geheel of gedeeltelijk over aan de natuurlijke of rechtspersoon die overeenkomstig die bedoelde procedure, de hoogste prijs of de minimumprijs heeft geboden voor die vergunning. In het geval meerdere natuurlijke of rechtspersonen de hoogste of de minimumprijs hebben geboden, wordt door middel van loting bepaald aan wie van die personen de vergunning wordt overgedragen.
Aan de in het zevende lid, onderdeel a, bedoelde procedure kunnen uitsluitend natuurlijke of rechtspersonen deelnemen die op grond van het bepaalde op grond van het zevende lid, onderdeel b, een toestemming als bedoeld in het eerste lid, hebben verkregen.
Artikel 3.20, derde tot en met zevende lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
De houder van een vergunning aan wie Onze minister kenbaar heeft gemaakt dat hij voornemens is om de in het eerste lid, bedoelde verplichting op te leggen, kan uiterlijk binnen een bij ministeriële regeling gestelde periode na de datum van kennisgeving van het ontwerpbesluit verzoeken om:
intrekking van de vergunning op grond van artikel 3.19, eerste lid, onderdeel a,
wijziging van de vergunning op grond van artikel 3.19, derde lid, of
toestemming voor overdracht op grond van artikel 3.20, eerste lid.
Onze minister wijst een verzoek dat wordt ingediend na afloop van deze periode af.
Gedurende de procedure, bedoeld in het zevende lid, onderdeel a, en gedurende acht weken na het tijdstip waarop de procedure is afgerond, zijn artikel 3:19, eerste lid, aanhef en onderdeel a, tweede en derde lid, en artikel 3.20, eerste lid, niet van toepassing op de vergunning waarop het ontwerpbesluit, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van:
de door de houder van de vergunning, bedoeld in het eerste lid, of door Onze Minister te volgen procedure om te bepalen aan welke natuurlijke of rechtspersoon als bedoeld in het derde lid, de vergunning wordt overgedragen;
de eisen die worden gesteld aan natuurlijke personen of rechtspersonen, de aanvraag en de procedure om een toestemming als bedoeld in het eerste lid te verkrijgen;
de wijze waarop bepaald wordt welke natuurlijke of rechtspersoon die een toestemming heeft verkregen de vergunning verkrijgt;
de bepaling en betaling van de prijs voor de vergunning.