Dutch Legislation

Article 15.3c

in force

Handhaving

Telecommunications Act · Chapter 15 · In force since 2017-03-10

Source
1.

Our Minister shall, pursuant to Article 18(2)(a) of the eIDAS Regulation, in any event reject a reasoned petition from a supervisory body of another Member State of the European Union for the provision of assistance as referred to in the eIDAS Regulation, if such petition seeks to obtain data or information the confidentiality of which, in the opinion of our Minister, will not be sufficiently guaranteed after its provision, insofar as trade-sensitive data or information may be involved.

2.

If Our Minister is of the opinion that trade secrets or confidential information are involved, Our Minister shall, when providing such data or information to the supervisory authority of the other Member State, expressly and with reasons stated, specify that such information may not be made available to third parties.

3.

If Our Minister provides data or information that Our Minister has obtained from a trust service provider or a provider of a qualified device for the creation of electronic signatures or electronic seals, Our Minister shall inform the relevant provider thereof.

1.

Een gemotiveerd verzoek van een toezichthoudend orgaan uit een andere lidstaat van de Europese Unie tot het verkrijgen van bijstand als bedoeld in de eidas-verordening, wijst Onze Minister op grond van artikel 18, tweede lid, onderdeel a, van de eidas-verordening in ieder geval af, indien dit verzoek strekt tot het verkrijgen van gegevens of inlichtingen waarvan de geheimhouding na verstrekking daarvan naar het oordeel van Onze Minister in onvoldoende mate zal worden gewaarborgd, voor zover sprake kan zijn van bedrijfsvertrouwelijke gegevens of inlichtingen.

2.

Indien Onze Minister van oordeel is dat er sprake is van bedrijfsvertrouwelijke gegevens of inlichtingen, vermeldt Onze Minister bij het verstrekken van die gegevens of inlichtingen aan het toezichthoudend orgaan uit de andere lidstaat, uitdrukkelijk en met redenen omkleed dat die informatie niet aan derden ter beschikking mag worden gesteld.

3.

Indien Onze Minister gegevens of inlichtingen verstrekt die Onze Minister heeft verkregen van een verlener van een vertrouwensdienst of een aanbieder van een gekwalificeerd middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen of van elektronische zegels, stelt Onze Minister de betreffende verlener of aanbieder daarvan op de hoogte.