Article 14a.10
in forceOngewenste zeggenschap in telecommunicatiepartijen
Our Minister shall order the person upon whom a prohibition has been imposed pursuant to Article 14a.4 to reduce or terminate, within a reasonable period to be determined by our Minister, the control in the party concerned, such that there is no longer any question of prevailing control.
It is prohibited for the person upon whom a prohibition pursuant to Article 14a.4 has been imposed to transfer the control referred to in that prohibition, or any part thereof, to:
an undesirable person,
a person upon whom a prohibition has been imposed pursuant to Article 14a.4,
a person who has close ties with or is under the influence of a person as referred to under (a) or (b).
Our Minister shall notify the party concerned of an administrative order imposed as referred to in the first paragraph.
Rules may be established by or pursuant to an Order in Council regarding the manner in which and the period within which an instruction as referred to in the first paragraph is to be executed.
Onze Minister gelast degene aan wie een verbod op grond van artikel 14a.4 is opgelegd, binnen een door Onze Minister vast te stellen redelijke termijn de zeggenschap in de betrokken partij terug te brengen of te beëindigen zodat niet langer sprake is van overwegende zeggenschap.
Het is degene aan wie een verbod op grond van artikel 14a.4 is opgelegd verboden de zeggenschap bedoeld in dat verbod, of een deel daarvan, over te dragen aan:
een ongewenst persoon,
een persoon aan wie een verbod op grond van artikel 14a.4 is opgelegd,
een persoon die nauwe banden heeft met of onder invloed staat van een persoon als bedoeld onder a of b.
Onze Minister doet mededeling aan de betrokken partij van een opgelegde last als bedoeld in het eerste lid.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop en de periode waarbinnen een last als bedoeld in het eerste lid ten uitvoer wordt gelegd.