Article 83
in forceTransitional and final provisions
With effect from the first day of the month following that in which this Act is published in the Bulletin of Acts and Decrees, the following shall enter into force:
Chapters I, II and III, with the exception of Article 20;
Article 80, Article 81 — insofar as it concerns the halving of the tax base and the additional assessment of duty with regard to estates open to the public — Article 82 and Article 83.
The remaining provisions of this Act shall enter into force with effect from a date to be determined by Us, which may differ for the various provisions.
At the time determined in the first paragraph, the articles of the Act of 13 May 1859 (Bulletin of Acts and Decrees no. 36) which regulate the same subjects as the articles whose time of entry into force is determined in that paragraph, shall cease to have effect. The remaining provisions of the aforementioned Act shall cease to have effect, respectively, at the times at which the provisions of this Act that regulate the same subjects as the first-mentioned provisions enter into force in accordance with the second paragraph.
References to articles of the act mentioned in the preceding paragraph shall, as soon as those articles have ceased to be in force, be construed as references to the corresponding articles of this Act. References in articles of this Act to other articles of this Act shall, as long as the latter articles have not yet entered into force, be construed as references to the corresponding articles of the act mentioned in the preceding paragraph.
In cases where, according to the act referred to in the third paragraph, a burden of proof rests upon a declarant, this shall, as long as Chapters IV through VIII of this act are not yet fully applicable, apply to the same extent to the application of the corresponding articles of this act.
The provisions of this Act shall be applicable if the death, the gift, or the event referred to in Article 45, paragraph 3, second sentence, or Article 53, paragraph 1, takes place on or after the time of its entry into force, as well as if, on or after that time, an acquisition is made by virtue of a gift as a result of the fulfilment of a condition.
This Act may be cited as the Succession Act, with mention of the year in which it is published in the Bulletin of Acts and Decrees.
Met ingang van de eerste dag van de maand, volgende op die, waarin deze wet in het Staatsblad wordt geplaatst, treden in werking:
de Hoofdstukken I, II en III, met uitzondering van artikel 20;
de artikelen 80, 81 - voor zoveel betreft de halvering van de grondslag der heffing en de bijvordering van recht ten aanzien van voor het publiek opengestelde landgoederen - 82 en 83.
De overige bepalingen van deze wet treden in werking met ingang van een door Ons te bepalen tijdstip, dat voor de onderscheidene bepalingen verschillend kan zijn.
Op het in het eerste lid bepaalde tijdstip treden buiten werking de artikelen van de wet van 13 Mei 1859 (Staatsblad no. 36), welke dezelfde onderwerpen regelen als de artikelen, waarvan het tijdstip van inwerkingtreding in dat lid is bepaald. De overige bepalingen van gemelde wet treden buiten werking onderscheidenlijk op de tijdstippen waarop de bepalingen van deze wet welke dezelfde onderwerpen regelen als eerstbedoelde bepalingen op de voet van het tweede lid in werking treden.
Verwijzingen naar artikelen van de in het vorige lid vermelde wet worden, zodra die artikelen buiten werking zijn getreden, aangemerkt als verwijzingen naar de overeenkomstige artikelen van deze wet. Verwijzingen in artikelen van deze wet naar andere artikelen van deze wet worden, zolang laatstbedoelde artikelen nog niet in werking zijn getreden, aangemerkt als verwijzingen naar de overeenkomstige artikelen van de in het vorige lid vermelde wet.
In de gevallen waarin volgens de in het derde lid vermelde wet op een aangever een bewijslast rust geldt, zolang de Hoofdstukken IV tot en met VIII van deze wet nog niet geheel van toepassing zijn, zulks in dezelfde mate voor de toepassing van de overeenkomstige artikelen van deze wet.
De bepalingen van deze wet zijn toepasselijk, indien het overlijden, de schenking of de in artikel 45, derde lid, tweede zin, of artikel 53, eerste lid, bedoelde gebeurtenis op of na het tijdstip van haar inwerkingtreding plaats heeft, zomede indien op of na dat tijdstip krachtens schenking wordt verkregen tengevolge van de vervulling van een voorwaarde.
Deze wet kan worden aangehaald als Successiewet, met vermelding van het jaar, waarin zij in het Staatsblad wordt geplaatst.