Article 1a
in forceGrondslagen voor de objectieve en subjectieve belastingplicht
By way of derogation from Article 5a, paragraph 1, point (b), of the General State Taxes Act (Algemene wet inzake rijksbelastingen), for the purposes of this Act and the provisions based thereon, two unmarried persons shall only be regarded as partners if, during the period referred to in the second paragraph, they:
both are of age;
to be registered at the same residential address in the Personal Records Database (Basisregistratie personen) or in a registration outside the Netherlands that corresponds to it in nature and scope;
have a mutual duty of care pursuant to a notarial cohabitation agreement;
are not blood relatives in the direct line, and
not to satisfy the conditions mentioned in points a up to and including d with another person.
The period referred to in the preamble of the first paragraph is:
for the provisions relating to the levying of inheritance tax: six months preceding the death that gives rise to the levying of inheritance tax;
for the provisions relating to the levying of gift tax: two years preceding the gift.
The condition stipulated in the first paragraph, point (c), does not apply to persons who, up to the time of death or the gift, have been registered at the same residential address in the Personal Records Database (basisregistratie personen) or a registration outside the Netherlands corresponding to it in nature and scope for an uninterrupted period of at least five years.
Article 5a, paragraph 7, of the General State Taxes Act (Algemene wet inzake rijksbelastingen) shall apply mutatis mutandis to the persons referred to in the first and third paragraphs.
Article 5a, paragraphs 2, 4, and 5, third sentence, of the General State Taxes Act (Algemene wet inzake rijksbelastingen) shall not apply to this Act and the provisions based thereon.
In afwijking van artikel 5a, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen worden voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen twee ongehuwde personen slechts als partner aangemerkt indien zij gedurende de in het tweede lid genoemde periode:
beiden meerderjarig zijn;
op hetzelfde woonadres staan ingeschreven in de basisregistratie personen of een daarmee naar aard en strekking overeenkomende registratie buiten Nederland;
ingevolge een notarieel samenlevingscontract een wederzijdse zorgverplichting hebben;
geen bloedverwanten in de rechte lijn zijn, en
niet met een ander aan de in de onderdelen a tot en met d genoemde voorwaarden voldoen.
De in de aanhef van het eerste lid bedoelde periode is:
voor de bepalingen die zien op de heffing van erfbelasting: zes maanden voorafgaand aan het overlijden dat aanleiding is tot de heffing van erfbelasting;
voor de bepalingen die zien op de heffing van schenkbelasting: twee jaar voorafgaand aan de schenking.
De in het eerste lid, onderdeel c, gestelde voorwaarde geldt niet voor personen die tot het tijdstip van het overlijden of de schenking gedurende een onafgebroken periode van ten minste vijf jaren staan ingeschreven op hetzelfde woonadres in de basisregistratie personen of een daarmee naar aard en strekking overeenkomende registratie buiten Nederland.
Artikel 5a, zevende lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van overeenkomstige toepassing op de personen, bedoeld in het eerste en derde lid.
Artikel 5a, tweede lid, vierde lid en vijfde lid, derde volzin, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen blijft buiten toepassing voor deze wet en de daarop berustende bepalingen.