Article 60
in forceTraffic rules · § Divorce
The driver and passengers of mopeds, light-mopeds, microcars without a closed bodywork, motorcycles, and three-wheeled motor vehicles without a closed bodywork must wear a well-fitting helmet, which is properly fastened to the head by means of a fastener and which is provided with an approval as referred to in Article 21 of the Act and an approval mark designated by ministerial regulation.
The first paragraph does not apply to:
the driver and the passengers of a moped as referred to in Article 1, paragraph 1, part e, subpart d, of the Act.
the driver and the passenger seated behind him on a cargo moped;
the driver or the passenger of a type of moped, other than a microcar (brommobiel), or motorcycle designated by the Netherlands Vehicle Authority (Dienst Wegverkeer), whose seat is protected by a safety cell and is equipped with a seat belt, provided that this seat belt is being used. In the designation, a distinction may be made between the driver and the passengers with regard to the applicability of the first paragraph. Ministerial regulations shall establish rules concerning the requirements that a type of moped or motorcycle must meet in order to be designated. These rules shall in any case pertain to the requirements imposed on the safety cell and the seat belts;
the drivers or passengers of a light motor vehicle (brommobiel) without a closed bodywork or a three-wheeled motor vehicle without a closed bodywork whose seat in said light motor vehicle or motor vehicle is equipped with two lower anchorage points and one upper anchorage point for a seat belt in accordance with the type approval of the vehicle as it applied on the date on which the vehicle was taken into use, and whereby the seat belt complies with Article 5.6.47, paragraphs three and four, of the Vehicle Regulations (Regeling voertuigen) or with Article 5.5.47, paragraphs four and five, of the Vehicle Regulations (Regeling voertuigen), provided that this seat belt is used.
Drivers are prohibited from transporting passengers under the age of twelve in any manner other than that prescribed in this article.
De bestuurder en de passagiers van bromfietsen, snorfietsen, brommobielen zonder gesloten carrosserie, motorfietsen en driewielige motorvoertuigen zonder gesloten carrosserie moeten een goed passende helm dragen, die door middel van een sluiting op deugdelijke wijze op het hoofd is bevestigd en die is voorzien van een goedkeuring als bedoeld in artikel 21 van de wet en een bij ministeriële regeling aangeduid goedkeuringskenmerk.
Het eerste lid geldt niet voor:
de bestuurder en de passagiers van een bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet.
de bestuurder en de achter hem zittende passagier van een brombakfiets;
de bestuurder of de passagier van een door de Dienst Wegverkeer aangewezen type bromfiets, niet zijnde een brommobiel, of motorfiets van wie de zitplaats beschermd wordt door een veiligheidscel en voorzien is van een autogordel, mits van deze autogordel gebruik gemaakt wordt. Bij de aanwijzing kan onderscheid gemaakt worden tussen de bestuurder en de passagiers ten aanzien van de gelding van het eerste lid. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld betreffende de eisen waaraan een type bromfiets of motorfiets moet voldoen om te kunnen worden aangewezen. Deze regels zien in elk geval op de eisen die gesteld worden aan de veiligheidscel en de autogordels;
de bestuurders of de passagiers van een brommobiel zonder gesloten carrosserie of een driewielig motorvoertuig zonder gesloten carrosserie van wie de zitplaats in deze brommobiel of dat motorvoertuig is voorzien van twee bevestigingspunten onder en één bevestigingspunt boven voor een autogordel overeenkomstig de typegoedkeuring van het voertuig zoals die gold op de datum waarop het voertuig in gebruik is genomen, en waarbij de autogordel voldoet aan artikel 5.6.47, derde en vierde lid, van de Regeling voertuigen of aan artikel 5.5.47, vierde en vijfde lid, van de Regeling voertuigen, mits van deze autogordel gebruik gemaakt wordt.
Het is bestuurders verboden passagiers beneden de twaalf jaren te vervoeren op een andere wijze dan in dit artikel is voorgeschreven.