Dutch Legislation

Article 192

in force

The summons procedure in first instance · Evidence · § Experts

Code of Civil Procedure (Rv) — Book 1 · Book 1 · Title 2 · Section 9 · § 5 · In force since 2025-01-01

Source
1.

At the request of a party, the court may grant permission for the hearing of experts who have not been appointed by the court at the oral hearing, as referred to in Article 87, paragraph 3, or at a separate hearing.

2.

The judge before whom evidence is being produced in a case may allow the parties to have such experts heard on that occasion as well.

3.

If the court has allowed an examination of such an expert, the opposing party is also entitled to have experts examined on the same basis.

4.

Articles 166, paragraph 3, 167 to 170 inclusive, 174 to 177 inclusive, paragraph 1, 179, paragraphs 2, 3 and 4, and 180 to 185 inclusive concerning the examination of witnesses shall apply mutatis mutandis to the examination of these experts.

5.

Article 186, paragraph 5, applies mutatis mutandis when the court, following a report or examination of an expert not appointed by the court, wishes to appoint an expert as referred to in Article 186, paragraph 1, at the petition of a party or of its own motion.

1.

Op verzoek van een partij kan de rechter toestemming verlenen voor het horen van deskundigen die niet door de rechter zijn benoemd op de mondelinge behandeling, bedoeld in artikel 87, derde lid, of op een afzonderlijke zitting.

2.

De rechter ten overstaan van wie in een zaak bewijs wordt bijgebracht, kan aan partijen toestaan bij die gelegenheid ook zodanige deskundigen te doen horen.

3.

Als de rechter een verhoor van een zodanige deskundige heeft toegestaan, is ook de wederpartij bevoegd op dezelfde voet deskundigen te doen horen.

4.

De artikelen 166, derde lid, 167 tot en met 170, 174 tot en met 177, eerste lid, 179, tweede, derde en vierde lid, en 180 tot en met 185 over het getuigenverhoor zijn van overeenkomstige toepassing op het verhoor van deze deskundigen.

5.

Artikel 186, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing wanneer de rechter na een bericht of verhoor van een niet door de rechter benoemde deskundige, op verzoek van een partij of ambtshalve een deskundige wil benoemen als bedoeld in artikel 186, eerste lid.