Dutch Legislation

Article 6

in force

Directive 2009/52/EC — employer sanctions · In force since None

Source

1. In respect of each infringement of the prohibition referred to in Article 3, Member States shall ensure that the employer shall be liable to pay:

(a) any outstanding remuneration to the illegally employed third-country national. The agreed level of remuneration shall be presumed to have been at least as high as the wage provided for by the applicable laws on minimum wages, by collective agreements or in accordance with established practice in the relevant occupational branches, unless either the employer or the employee can prove otherwise, while respecting, where appropriate, the mandatory national provisions on wages;

(b) an amount equal to any taxes and social security contributions that the employer would have paid had the third-country national been legally employed, including penalty payments for delays and relevant administrative fines;

(c) where appropriate, any cost arising from sending back payments to the country to which the third-country national has returned or has been returned.

2. In order to ensure the availability of effective procedures to apply paragraph 1(a) and (c), and having due regard to Article 13, Member States shall enact mechanisms to ensure that illegally employed third-country nationals:

(a) may introduce a claim, subject to a limitation period defined in national law, against their employer and eventually enforce a judgment against the employer for any outstanding remuneration, including in cases in which they have, or have been, returned; or

(b) when provided for by national legislation, may call on the competent authority of the Member State to start procedures to recover outstanding remuneration without the need for them to introduce a claim in that case.

Illegally employed third-country nationals shall be systematically and objectively informed about their rights under this paragraph and under Article 13 before the enforcement of any return decision.

3. In order to apply paragraph 1(a) and (b), Member States shall provide that an employment relationship of at least three months duration be presumed unless, among others, the employer or the employee can prove otherwise.

4. Member States shall ensure that the necessary mechanisms are in place to ensure that illegally employed third-country nationals are able to receive any back payment of remuneration referred to in paragraph 1(a) which is recovered as part of the claims referred to in paragraph 2, including in cases in which they have, or have been, returned.

5. In respect of cases where residence permits of limited duration have been granted under Article 13(4), Member States shall define under national law the conditions under which the duration of these permits may be extended until the third-country national has received any back payment of his or her remuneration recovered under paragraph 1 of this Article.

1. Met betrekking tot inbreuken op het in artikel 3 bedoelde verbod zorgen de lidstaten ervoor dat de werkgever verantwoordelijk is voor de betaling van:

a) het aan de illegaal tewerkgestelde onderdaan van een derde land nog verschuldigde loon. Het overeengekomen loonniveau wordt geacht ten minste gelijk te zijn aan het loon dat is vastgesteld in de toepasselijke wetgeving inzake minimumlonen, collectieve overeenkomsten of overeenkomstig de gevestigde praktijk in de betrokken bedrijfstak, tenzij hetzij de werkgever hetzij de werknemer het tegendeel kunnen bewijzen, en, waar nodig, met inachtneming van de toepasselijke nationale loonvoorschriften;

b) een bedrag gelijk aan de belastingen en socialezekerheidsbijdragen die de werkgever zou hebben betaald als de onderdaan van een derde land legaal was tewerkgesteld, met inbegrip van boetes wegens achterstallige betalingen en van toepassing zijnde administratieve boetes;

c) indien van toepassing, de kosten die samenhangen met de verzending van nabetalingen naar het land waarnaar de onderdaan van een derde land is teruggekeerd of is teruggestuurd.

2. Om ervoor te zorgen dat doelmatige procedures beschikbaar zijn om lid 1, onder a) en c), toe te passen, en met inachtneming van artikel 13, stellen de lidstaten mechanismen vast om te waarborgen dat illegaal tewerkgestelde onderdanen van een derde land:

a) tegen hun werkgevers, afhankelijk van de verjaringstermijn neergelegd in de nationale wetgeving, een vordering kunnen instellen en uiteindelijk een uitspraak kunnen afdwingen tegen de werkgever wegens achterstallige loonsommen, ook in gevallen waarin zij zijn teruggekeerd of teruggestuurd, of

b) indien de nationale wetgeving hierin voorziet, een beroep kunnen doen op de bevoegde instanties van de lidstaat, om procedures in werking te stellen om de achterstallige loonsommen in te vorderen, zonder dat de onderdaan van een derde land in dat geval een vordering moet instellen.

Illegaal tewerkgestelde onderdanen van een derde land worden stelselmatig en objectief voorgelicht over hun rechten voortvloeiend uit dit lid en artikel 13, voorafgaand aan de tenuitvoerlegging van een terugkeerbeslissing.

3. Met het oog op toepassing van lid 1, onder a) en b), bepalen de lidstaten dat wordt uitgegaan van een dienstverband van minstens drie maanden, tenzij onder meer de werkgever of de werknemer het tegendeel kunnen bewijzen.

4. De lidstaten zorgen ervoor dat de nodige mechanismen beschikbaar zijn om te verzekeren dat illegaal tewerkgestelde onderdanen van derde landen elke nabetaling van loon bedoeld in lid 1, onder a), kunnen ontvangen, die zijn ingevorderd als deel van de vorderingen bedoeld in lid 2, ook wanneer zij teruggekeerd of teruggestuurd zijn.

5. Ingeval overeenkomstig artikel 13, lid 4, verblijfsvergunningen van beperkte duur zijn verleend, bepalen de lidstaten overeenkomstig de nationale wetgeving de voorwaarden waaronder de duur van deze vergunningen kan worden verlengd tot de onderdaan van een derde land de nabetaling van loon heeft ontvangen dat is ingevorderd overeenkomstig lid 1 van dit artikel.