Article 10
in forceEU BLUE CARD, PROCEDURE AND TRANSPARENCY
1. Member States shall determine whether applications for an EU Blue Card are to be made by the third-country national and/or by his employer.
2. The application shall be considered and examined either when the third-country national concerned is residing outside the territory of the Member State to which he wishes to be admitted or when he is already residing in that Member State as holder of a valid residence permit or national long-stay visa.
3. By way of derogation from paragraph 2, a Member State may accept, in accordance with its national law, an application submitted when the third-country national concerned is not in possession of a valid residence permit but is legally present in its territory.
4. By way of derogation from paragraph 2, a Member State may provide that an application can only be submitted from outside its territory, provided that such limitations, either for all the third-country nationals or for specific categories of third-country nationals, are already set out in the existing national law at the time of the adoption of this Directive.
1. De lidstaten bepalen of aanvragen voor een Europese blauwe kaart moeten worden ingediend door de onderdaan van een derde land en/of door diens werkgever.
2. De aanvraag wordt behandeld wanneer de betrokken onderdaan van een derde land verblijft buiten het grondgebied van de lidstaat tot welke hij wenst te worden toegelaten, of wanneer hij al legaal in die lidstaat verblijft als houder van een geldige verblijfsvergunning of van een nationaal visum voor verblijf van langere duur.
3. In afwijking van lid 2 kan een lidstaat overeenkomstig zijn nationale wetgeving een aanvraag goedkeuren die wordt ingediend terwijl de betrokkene niet in het bezit is van een geldige verblijfsvergunning maar wel legaal op het grondgebied van de betrokken lidstaat verblijft.
4. In afwijking van lid 2 mag een lidstaat bepalen dat een aanvraag alleen kan worden ingediend van buiten zijn grondgebied, op voorwaarde dat zulke beperkingen, geldend voor alle onderdanen van derde landen of voor specifieke categorieën onderdanen van derde landen, op het moment dat de richtlijn wordt aangenomen reeds in de bestaande wetgeving staan.